Wachten tot de bende instort

Zo’n 550.000 huizen in Nederland zijn niet goed onderhouden Mensen betalen liever de gasrekening dan de schilder Maar wie krijgt de schuld als er balkons van huizen vallen?

Hoewel Nederland met gevechtstroepen uitrukt, is Mali géén vechtmissie, benadrukten de ministers. Foto AFP

verslaggever

Aan het bovenhuis van Gerard de Winter in Schiedam moet veel gebeuren. De kozijnen aan de voorkant moeten worden geschilderd, het daklood moet vervangen. Er zit een scheur in de muur, en ook in het balkon. Hij heeft de rotte kozijnen aan de achterkant al vervangen, maar hij moet nog veel doen.

De gemeente Schiedam stimuleert actief dat huiseigenaren in de oude wijken hun huis beter onderhouden. De Winter kreeg na een inspectie een bouwkundig rapport over het achterstallig onderhoud. Schiedam biedt leningen met een lage rente zodat mensen met weinig geld de onderhoudsachterstand kunnen wegwerken.

Matig, of ronduit slecht

In Nederland zijn 500.000 woningen „matig” onderhouden, schat Platform31, dat het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft geadviseerd hoe de kwaliteit van huizen kan worden verbeterd. Nog eens 50.000 huizen verkeren in ronduit slechte staat. Slecht onderhoud wegwerken vraagt een investering van meer dan een kwart van de nieuwbouwprijs, schat de organisatie.

„Matig” betekent bijvoorbeeld dat de kozijnen rot zijn, het dak lekt of het enkel glas in de sponningen rammelt. En matig onderhoud verrichten kost 10 tot 25 procent van wat het zou kosten om het huis opnieuw op te bouwen.

Platform31, een organisatie van instituten die zich bezighouden met woonbeleid en ruimtelijke ordening, adviseert het ministerie van Binnenlandse Zaken hoe slecht onderhouden huizen het best kunnen worden aangepakt. Na 2014 stopt het Rijk met het subsidiëren van de stedelijke vernieuwing en moeten gemeenten en burgers het zelf doen.

Jarenlang nam de kwaliteit van Nederlandse huizen toe, maar nu lijkt de omgekeerde beweging ingezet. Hoe erg het probleem precies is, zegt Tineke Lupi van Platform31, is moeilijk vast te stellen. „Maar dat het woningonderhoud achteruitgaat, in ieder geval aan de onderkant van de woningmarkt, staat vast.”

Goedkopere flats en eengezinswoningen uit de jaren 50-60 en vooroorlogse appartementen in steden hebben de meeste problemen. Ook huizen uit de jaren 70 en 80 zijn steeds vaker slecht onderhouden. Ze zijn minder goed gebouwd. In 1973 was 40 procent van de huizen ouder dan 25 jaar, nu is dat al meer dan 70 procent.

Er zijn meer factoren die zorgen voor toenemende problemen, zoals de gestegen werkloosheid: wie geen baan meer heeft of als zelfstandige moeilijk aan opdrachten komt, betaalt liever zijn gasrekening dan dat hij de kozijnen schildert. Ook de vergrijzing speelt een rol; in de ogen van een 80-jarige huiseigenaar loont het onderhoud van zijn huis niet meer.

In krimpgebieden – Zeeuws-Vlaanderen, Oost-Groningen, Limburg – zijn veel huizen onverkoopbaar. Daar investeert een huiseigenaar ook niet in onderhoud, zegt Lupi, want hij krijgt die investering nooit terug. En eigenlijk geldt dat voor alle huizen die ‘onder water staan’: wie knapt zijn huis op als zijn hypotheekschuld groter is dan zijn bezit?

Verloedering van de wijk

Slecht onderhouden huizen kunnen een risico zijn voor de veiligheid en gezondheid van de bewoners. Ze leiden tot verloedering van de wijk. Door de vergrijzing neemt het belang van huizen waar mensen langer zelfstandig kunnen wonen toe.

Het advies van Platform31 richt zich niet alleen op de huiseigenaren: juist de mensen die een goedkopere woning bezitten kunnen zich zulke bedragen vaak niet permitteren. Het is ook een verantwoordelijkheid van de overheid, vinden de deskundigen die meewerkten aan het advies – er zijn partijen bij betrokken als Royal Haskoning, het ministerie van Binnenlandse Zaken, de Autoriteit Financiële Markten, de Nederlandse Vereniging van Makelaars en verschillende gemeenten en banken.

Als balkons van huizen vallen, zegt Frank Wassenberg, mede-auteur van het adviesrapport, kijkt iedereen toch naar het Rijk. Bovendien zijn slecht onderhouden wijken niet goed voor het imago van een gemeente. Een van de adviezen is dat in het geval van een rotte fundering de ondergrond wordt aangekocht door de gemeente. Of, bij de ergste gevallen, het hele huis. Dat is, zegt Wassenberg, bij schrijnende gevallen goedkoper dan wanneer de getroffen huiseigenaren een beroep moeten doen op instanties als de schuldhulpverlening.

De adviezen die Gerard de Winter kreeg van het gemeentelijke Servicepunt Woningverbetering in Schiedam vond hij waardevol. Het wegwerken van dat half miljoen niet goed onderhouden huizen, zegt Wassenberg, begint dan ook met ondersteuning. „Sommige mensen hebben gewoon hulp nodig om zich de Gamma te laten induwen.”