Shell laat Richemont zien wat echte luxe is

Aandeelhouders van het Zwitserse detailhandelsconcern voor rijken Richemont weten vandaag weer waarvoor ze het doen. Het bedrijf achter merken als Cartier, Montblanc en Dunhill betaalt het dividend uit. Dat bedraagt 1 Zwitserse frank per aandeel, bijna een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar.

Een mooie prestatie maar toch is Richemont nou niet direct een aandeel waar beleggers voor het dividend in zouden moeten stappen. De dividendgroei daalde met 4 procent ten opzichte van vijf jaar geleden, blijkt uit cijfers van Bloomberg.

Een ‘echt’ dividendaandeel vinden we dichter bij huis in Koninklijke OIie. Beleggers aan het Damrak kijken uit naar volgende week donderdag als Shell haar dividend over het tweede kwartaal betaalbaar stelt: 45 dollarcent per aandeel. „Shell staat erom bekend dat het dividend hoog in het vaandel heeft staan. Het is in de geschiedenis nog nooit verlaagd”, zegt dividendexpert Jorik van den Bos van zakenbank Kempen & Co.

Shell werd vroeger al ‘weduwen- en wezenfonds’ genoemd omdat het een veilige belegging was met niet al te spectaculaire koersontwikkeling maar wel een mooi jaarlijks dividendrendement. Bedrijven als Unilever en Wolters Kluwer hebben eenzelfde reputatie. Net als KPN, tot voor kort.

Maar sinds eind vorig jaar ligt die aan diggelen omdat het bekendmaakte geen slotdividend uit te keren en ook in 2013 nauwelijks dividend op tafel zou leggen. Vaarwel bijnaam ‘dividendmachine’. Die bouwde oud-topman Ad Scheepbouwer op door aandeelhouders jarenlang stabiele, stijgende dividenduitkeringen toe te schuiven. Handig was dat in retrospect niet, want door het geld naar de aandeelhouders te laten terugvloeien verwaarloosde de telecomreus investeringen in het netwerk.

Van den Bos van Kempen & Co. legt uit dat hij bij het selecteren van dividendfondsen kijkt naar „hoe veilig het rendement is”. Daarbij speelt een belangrijke rol hoe stabiel de kasstromen van een bedrijf zijn. „Bij onder meer voedingsmiddelenbedrijven, nutsbedrijven en farmaceuten heb je voorspelbare kasstromen”, zegt hij. Een bedrijf moet natuurlijk wel genoeg cash generen om de beleggers dividend uit te blijven keren. Kempen & Co. hanteert een ondergrens van 3 procent dividendrendement als selectiemiddel.

Overigens is een stabiele cashstroom natuurlijk ook relatief. „Tot 2007 maakten financials een groot deel uit van het dividenduniversum”, zegt Van den Bos. „Maar daar zijn we naar de crisis toch wel anders naar gaan kijken.”