Participatiesamenleving: een recept uit de keuken van het CDA

De participatiesamenleving uit de Troonrede van deze week herinnert aan de ‘zorgzame samenleving’ uit het gedachtengoed van het CDA.

De participatiesamenleving is in aantocht, aldus de Troonrede. Maar wat is het?

Kabinetten en politieke partijen hebben sinds de jaren tachtig de gewoonte de ‘terugtredende overheid’ te combineren met de aankondiging van een nieuw soort maatschappij. Dit ter vervanging van de klassieke verzorgingsstaat.

Wat dinsdag in de Troonrede de ‘participatiesamenleving’ heette, werd eerder zorgzame samenleving, verzorgingsmaatschappij, verantwoordelijke samenleving dan wel doe-democratie genoemd. En trouwens ook gewoon participatiemaatschappij – bij voorbeeld door toenmalig premier Balkenende in 2005, en toenmalig vicepremier Kok in 1991.

Een dergelijke afkondiging is een bekend politiek stijlmiddeltje geworden. Het genereert vanzelf debat op televisie en in de kranten, columnisten en politicologen roeren zich, economen doen een duit in het zakje, en zo komt algauw de kritiek in de wereld dat die nieuwe samenleving een trucje is om bezuinigingen op de verzorgingsstaat te verbergen.

Dit is ideaal voor een kabinet dat impopulair beleid heeft te verdedigen: hoe heftiger de kritiek en het verzet, hoe gemakkelijker een regering over het voetlicht krijgt dat ze met de rug tegen de muur staat.

De participatiemaatschappij uit de Troonrede zou het product zijn van de mondige burger die leeft in een „netwerk- en informatiesamenleving”, terwijl de overheid de verzorgingstaat moet inkrimpen, vooral in de zorg en de sociale zekerheid. „Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving”, aldus de Troonrede.

Het was vanaf de jaren tachtig vooral het CDA dat steeds een ideaalbeeld van een nieuwe maatschappij koppelde aan bezuinigingen op de verzorgingsstaat. De partij publiceerde er een indrukwekkende reeks rapporten over, ook om zich te onderscheiden van het marktdenken in de VVD en het staatsinterventionisme van de PvdA. Pikant genoeg was de toen jonge Elco Brinkman, nu als voorzitter van de CDA-senaatsfractie een cruciale gesprekspartner voor de coalitie, de minister die deze partij-ideeën met gretigheid uitdroeg.

Hij keerde zich actief tegen de anonimiteit van de overheidshulp en propageerde meer burenhulp en mantelzorg. Voorkeuren die globaal overeenstemmen met de analyse die het kabinet nu hanteert om te bezuinigen op langdurige zorg; een van de thema’s die de komende maanden in de Eerste Kamer voor politiek rumoer kunnen zorgen. En de manier waarop Brinkman destijds het debat aanzwengelde, is sindsdien door bijna alle kabinetten gekopieerd.

Maar alle debatten, en alle maatschappijconcepten ter vervanging van de verzorgingstaat, laten onverlet dat de verzorgingsstaat gewoon bleef bestaan. Zoals blijkt uit de Miljoenennota van dinsdag: 58 procent van de overheidsuitgaven gaat nog steeds naar zorg en uitkeringen.