Overal gebeurt iets – net als in het leven zelf

Rik van den Bos bewerkte films van Emir Kusturica voor het RO Theater. Bij Vreugdetranen drogen snel werd film toneel, en Balkanoorlog Kolenkitbuurt. „Kusturica’s films omvatten het hele leven.”

Gijs Naber enHerman Gilis inVreugdetranen drogen snel bij het RO TheaterFoto Leo van Velzen

Bont, grotesk, uitzinnig, ongebreideld. De films van Emir Kusturica zijn vol en véél; zijn beeldtaal is een aanslag op de zintuigen. Iedere scène wemelt het weer van de activiteit, verhaallijnen worden even abrupt ingezet als losgelaten, personages geïntroduceerd en weer afgevoerd. De verblufte toeschouwer struikelt van drankgelag naar Balkanbegrafenis, rolt van vecht- in vrijpartij. In het universum-Kusturica kan pardoes elk denkbaar genre worden aangeboord. Magisch realisme, absurdisme en plat, clownesk vermaak wisselen elkaar zo snel af dat je er duizelig van wordt.

De jonge toneelschrijver Rik van den Bos liet zich door het doldrieste oeuvre van Kusturica inspireren tot het stuk Vreugdetranen drogen snel – zijn grotezaaldebuut bij het Rotterdamse RO Theater. Al haast Van den Bos zich te zeggen dat zijn tekst maar één bouwsteentje is van de uiteindelijke voorstelling. „De voorstelling wordt echt gemaakt tijdens repetities, al improviserend met dertien man op de vloer – zeven acteurs, drie dansers en drie musici. Mijn tekstpassages worden ter plekke aangevuld met, en soms zelfs vervangen door, muziek en dans. Regisseur Alize Zandwijk bekijkt voor welke delen van het verhaal taal noodzakelijk is, en waar elementen juist non-verbaal, theatraal kunnen worden ingevuld. Dus ik heb een tekst met goed getimede ‘gaten’ geschreven, die niet al te sterk leunt op een plot. Samen maken we er een voorstelling van. Dat is risicovol en enorm spannend.”

Van den Bos werkte al eerder voor het RO en werd voor dit project gevraagd door Zandwijk. Van den Bos: „Het werk van Alize is sterk verwant aan dat van Kusturica, in de manier van vertellen. Een verhaal wordt niet logisch van a tot z verteld; plot of psychologie doen nauwelijks ter zake. En soms wordt even doelbewust gekozen voor de onbegrijpelijkheid. Om de toeschouwer te dwingen echt te kijken, te onderzoeken. Wat is een mens? Hoe is het om op te groeien, volwassen te worden, onder invloed te staan van een bepaalde historische gebeurtenis? Die aspecten worden in hun werk uitvergroot, en eerder opgewekt, aangetoond, dan verteld.”

Die werkwijze vraagt wel wat van de toeschouwer, erkent hij. „Toen Alize me vroeg, zei ik: goed, maar Underground hoef ik echt niet nog eens te zien. Toen ik die film de eerste keer zag, irriteerde hij me enorm. Ik vond hem minstens een half uur te lang, en er gebeuren voortdurend dingen waarvan je denkt: waar slaat dit nu weer op? Ik werd er murw van; de overvolle plot, een verhaallijn die opeens heel veel tijd en aandacht krijgt – waarom? Maar toen ik voor de tweede keer keek – ja, dat deed ik toch maar – bleek het van de eerste tot de laatste minuut te kloppen. Via onlogische of schijnbaar overbodige scènes bereidt Kusturica je stiekem voor op een latere emotionele wending.”

Een half jaar lang dompelde hij zich onder in Kusturica’s uitzinnige universum van zigeuners, sjacheraars en charlatans. Hij zag alle films – twee, of zelfs drie keer – las alles wat over Kusturica is geschreven, en schreef over diens filmesthetiek een uitgebreid essay (veertig pagina’s). Tijdens het interview houdt hij zijn laptop binnen handbereik. En als de zo nu en dan licht stotterende Van den Bos de woorden even niet kan vinden, citeert hij uit zijn eigen essay. „Dit zei Kusturica bijvoorbeeld zelf over film: ‘Een serieuze film moet alle fundamentele, existentiële kenmerken van het menselijk leven bevatten: geboorte, opgroeien, opa, vader, moeder; het moet proberen alle momenten tussen geboorte en dood af te gaan.’ Als je dat probeert als filmer, kun je onmogelijk binnen één genre blijven. Dan is je film geen romantische komedie of psychologische thriller, maar nadert die het leven zelf. Dat is superambitieus en overvol, en het komt best wel eens voor dat je een kwartier afhaakt. Om daarna dan weer keihard geraakt te worden.”

De ambitie om in één kunstwerk het hele leven te vatten, is goed terug te zien tijdens een repetitie van Vreugdetranen in de Rotterdamse schouwburg. Het toneelbeeld, van Thomas Rupert, is afgeladen. Een lange rij cadeautjes aan de rand van het podium; een veld van plastic maïsplanten die bijna tot in de zaal groeien. Op de voorgrond staat een vervallen wc’tje van schroot, op het achtertoneel, hoog boven het maïs uitstekend, verrijst een knusse wooncaravan. En overal op het toneel is beweging, rumoer, tumult. Actrice Sylvia Poorta dwaalt tussen de maïsplanten, Herman Gilis zit in zichzelf te mompelen op een stoel, verderop bespeelt Oleg Fateev weemoedig zijn accordeon. De toeschouwer moet zappen tussen de miniatuurtjes. Je komt letterlijk ogen en oren tekort.

Van den Bos heeft er direct een citaat bij paraat. Met een schuin oog naar zijn scherm: „Kusturica noemt zijn films ‘hoogdravende fresco’s’. Ze starten met een tableau van personages, dat komt tot leven en zet meteen hoog in; in beeldtaal, emotie, handeling, alles. In alle hoeken en gaten gebeurt iets – net als in het leven zelf.”

In die zin, vindt Van den Bos, is het werk van Kusturica juist realistisch. „Het is juist artificieel om één handeling centraal te stellen, zoals normaal in film of theater.”

Terwijl midden op het toneel Gijs Naber zich snikkend op een naakte Jack Wouterse stort (die speelt Nabers vader, en is zojuist overleden), baart op de uitkijktoren Hannah van Lunteren in trouwjurk haar evenbeeld: danseres Charlotte Goessaert, eveneens in witte jurk. Later probeert de naakte, dode Wouterse Herman Gilis vol op de mond te zoenen, als die zich over het lijk buigt om afscheid te nemen. Gillis’ personage is niet verrast, maar roept enkel geërgerd: „Niet op de mond, ezel!”

In magisch realisme is Kusturica verwant aan Gabriel García Márquez, wiens roman Honderd jaar eenzaamheid de blauwdruk vormde voor Time of the gypsies. „Maar anders dan bij García Márquez is het magisch realisme meestal niet deel van de plot”, zegt Van den Bos. „Vreemde dingen gebeuren gewoon, en passant. Dan vliegt er opeens een vis langs, of wordt iets verteld via een droom of hypnose. Dat geeft zijn vertellingen mythische proporties. In Kusturica’s films zijn de plotlijnen geen stukjes van een sluitende puzzel, het zijn fantasieën over leven en dood die elkaar kruisen maar nooit echt samenkomen. Maar soms sluiten ze wel zo mooi aan dat het opeens heel hard binnenkomt.”

Natuurlijk moest Van den Bos wel een vertaalslag maken: film werd toneel, Balkanoorlog werd Kolenkitbuurt. „Kusturica’s verhalen spelen zich altijd af in de marge: aan de rand van een stad, aan de rand van de samenleving. Hij creëert een microkosmos van mensen die onder invloed staan van het leven zoals dat ergens anders wordt bedacht. Dat gegeven heb ik naar het hier en nu gehaald, met in gedachten de Akbarstraat in Amsterdam-West waar ik lang woonde. Dat is zo’n eh – hoe noem je dat? – zo’n krachtwijk.

„Kenmerkend voor zo’n gemeenschap, is dat de gevolgen van besluiten die op een hoger niveau genomen worden, daar het hardste aan komen. De mensen daar worden heen en weer geslingerd op de grillen van bestuurders; ze zijn er volstrekt aan overgeleverd, omdat ze niet zelfstandig of sterk of rijk genoeg zijn. Ze willen niets anders dan vertrekken en dat leven achter zich laten. Maar tegelijk zijn ze zeer vergroeid met elkaar, verklonken met die gemeenschap, waardoor ze er nooit meer wegkomen. En dus wordt het: meedraaien tot je niet meer kunt.”

Veel elementen in Kusturica’s films komen voort uit zijn eigen biografie, vertelt Van den Bos. Een vaak terugkerende verhaallijn is de relatie tussen vader en zoon. „Kusturica had een heftige relatie met zijn vader: dat was een harde, strenge, sterk patriarchale man. In zijn films zie je ook altijd een strenge, overheersende vader. Maar de strijd wordt nooit echt aangegaan: vader sterft of zoon vertrekt.” In Vreugdetranen komt dat gegeven terug in de relatie tussen Anton (Jack Wouterse) en zoon Andreas (Gijs Naber).

Van den Bos voelt zich op zijn plek, als schakel tussen Kusturica en Zandwijk. „Ik herken mezelf in de lucide manier van vertellen. Mijn stukken spelen zich ook vaak af aan de rand van het leven; in een twilight zone. Daarbinnen is ruimte voor niet-realistische elementen. Ik vind het geweldig om via het werk van Kusturica, gezien door de ogen van Alize, te komen tot een compleet nieuwe manier van vertellen.”

Vreugdetranen drogen snel bij het RO Theater. Première 23/9, Rotterdam. Tournee t/m 15/11. Inl. rotheater.nl