Nigeria meldt succes in strijd tegen Boko Haram

Nigeria claimt de afgelopen dagen 150 strijders van Boko Haram te hebben gedood. Maar de terreurgroep is nog lang niet uitgeschakeld.

De Nigeriaanse regering zegt dat de afgelopen dagen 150 strijders van de islamitische terreurgroep Boko Haram zijn gedood door het leger. Ook zouden bij de recente gevechten zestien regeringssoldaten zijn gesneuveld.

De oplaaiende strijd toont aan dat de terreurgroep nog lang niet is verslagen, ondanks optimisme aan overheidszijde. In januari riep president Goodluck Jonathan de noodtoestand uit en kondigde hij een groot militair offensief aan. De afgelopen vier maanden leek de harde militaire campagne vruchten af te werpen. De extremisten werden uit vele dorpen en uit de stad Maiduguri verdreven. Een half jaar geleden nog dreigde Boko Haram het hele noordoosten in te nemen.

Cruciaal in de nieuwe aanpak was de oprichting van door de regering bewapende burgermilities die helpen in de strijd tegen de extremisten. Door hun inzet is de belangrijke stad Maiduguri voor het eerst sinds vele jaren gevrijwaard gebleven van aanslagen. Buiten de steden viel het leger met gevechtsvliegtuigen en helikopters kampen van Boko Haram aan en de moslimradicalen vluchtten de bush in of naar buurlanden. Volgens onbevestigde berichten van het leger werd bij zo’n aanval Abubakar Shekau, de leider van Boko Haram, gedood.

Maar het succesverhaal is niet eenduidig. Burgers zitten klem tussen leger en de terreurgroep. Honderden weken uit naar Niger en Kameroen. De Nigeriaanse Commissie voor de Mensenrechten spreekt over misdaden door het leger, zoals moord, marteling, illegale detentie en verkrachtingen. Boeren lieten hun akkers onbewerkt, de voedselprijzen zijn verdubbeld en er dreigen tekorten. Ook worden leden van de burgermilities nu zelf doewit van Boko Haram: vorige maand werden 24 burgerstrijders in een hinderlaag gelokt en gedood.

Adamawa, Borno en Yobe zijn de drie armste deelstaten van Nigeria, waar volgens de officiële cijfers 75 procent van de bewoners van minder dan één dollar per dag moet rondkomen. Het noorden van Nigeria kent een lange traditie van sektes en heilige oorlogen. In dit klimaat van armoede en extremisme groeide Boko Haram uit tot een gevaar voor Nigeria en de regio.

In het begin voerde Boko Haram aanslagen uit op leger en staatsinstellingen, maar de afgelopen twee jaar werden steeds vaker scholen, kerken, traditionele leiders, journalisten en vaccinatieteams doelwit. Zo werden tien scholieren op een middelbare school onthoofd. In de filosofie van Boko Haram moeten moslims zich verzetten tegen de invloed van corrupte, decadente westerse samenlevingen. Het venijn van de groep richt zich vooral op de notoir corrupte politieke elite van Nigeria. Bij de aanslagen de afgelopen vier jaar kwamen ten minste 2.000 burgers om.

Vorig jaar werden strijders van Boko Haram gesignaleerd in het noorden van Mali, waar zij een militaire opleiding kregen. Ook gingen aanhangers naar Somalië voor een opleiding in de kampen van de terreurgroep Al Shabaab. Door deze hulp kan Boko Haram het naar verwachting nog een tijd uithouden. Soldaten zagen hoe ze er met zware wapens vandoor gingen na aanvallen op hun kampen. Bij de jongste gevechten zetten de extremisten antitank- en luchtafweergeschut in.