Niet nog meer staatsgaranties

Nederland moet zijn voordeel doen met de wijsheid van Onno Ruding (CDA), oud-minister van Financiën en oud-topbankier (Amro Bank, Citibank). Zijn lange ervaring leerde hem dit: de weg naar de budgettaire hel is geplaveid met staatsgaranties.

In dat licht bezien kan er maar één reactie zijn op de steeds concretere plannen van het kabinet om met nieuwe garanties de particuliere woningmarkt te stimuleren. Het idee daarvoor is inmiddels uitgewerkt door vertegenwoordigers van grote pensioenbeheerders en diverse ministeries. In de Miljoenennota die minister van Financiën Dijsselbloem (PvdA) deze week naar de Tweede Kamer stuurde, houdt deze nog een slag om de arm. De praktische uitwerking is „een delicaat proces dat vraagt om een zorgvuldige aanpak”. Het is volgens hem ook van belang dat de Europese Commissie het project niet als ongeoorloofde staatssteun bestempelt.

Het plan komt erop neer dat de woningfinanciers, zoals banken, hypotheken die al een semi-staatsgarantie hebben (Nationale Hypotheekgarantie) verkopen aan een nieuwe zogeheten Nationale Hypotheekinstelling. Deze instelling geeft op haar beurt obligaties uit met staatsgarantie. Deze obligaties moeten op de financiële markten worden verkocht aan beleggers, zoals Nederlandse pensioenfondsen. De initiatiefnemers ramen een markt van 50 miljard euro.

Zij denken meerdere doelen te bereiken. Zij willen de concurrentie op de markt voor woninghypotheken bevorderen. Zij hopen mede daardoor de rente op hypotheken wat omlaag te krijgen. En zij denken dat deze constructie de financiële positie van de banken, dat zijn de belangrijkste woningfinanciers, zal versterken.

Dat zijn stuk voor stuk behartigenswaardige doeleinden. Het project past tevens naadloos in de pogingen van het kabinet om andermans geld, zoals de kapitale vermogens van de Nederlandse pensioenfondsen, in te zetten voor economisch herstel. Het kabinet wil hen niet dwingen, maar wel verleiden met een aantrekkelijke rente op deze nieuwe hypotheken én een staatsgarantie bovendien.

De doelen die dit plan nastreeft zijn echter geen overheidstaak, ook al gaat het hier niet om contante uitgaven of impliciete subsidies, zoals de aftrekbaarheid van de hypotheekrente. Deze laatste vorm van subsidie zal dit kabinet terecht in stapjes verlagen. Maar ook garanties zijn niet gratis. De Algemene Rekenkamer becijferde vorig jaar dat de omvang van de expliciete overheidsgaranties sinds de kredietcrisis in 2008 bijna is verdubbeld tot 465 miljard euro. Deze garanties zijn risico’s voor de begroting en geven de overheid een nieuwe, structurele rol in de economie. Dat druist in tegen prudent beleid en een liberale groeistrategie.