Na meer dan 30 jaar weten we eindelijk wie zij zijn

De Afghaan Amanullah Osman vluchtte in 1993 naar Nederland Hij werkte in de jaren 70 bij de veiligheidsdienst Onderzoek van het OM naar hem onthulde lijsten met namen van 4.700 gedode Afghanen

De Afghaanse dodenlijst bestaat uit 154 pagina’s in het Dari met de namen van ongeveer 4.700 mensen die in 1978 en 1979 opdracht van de Afghaanse overheid zijn geëxecuteerd. De namen staan op alfabetische volgorde. Beeld om

verslaggever

Het gebeurde een paar dagen voordat het Team Internationale Misdrijven van de Nationale Politie hem in zijn Nederlandse woning zou aanhouden. In maart 2012 stierf de Afghaan Amanullah Osman – 67 jaar oud – in zijn slaap. Zijn dood verhinderde dat het Openbaar Ministerie hem voor de strafrechter kon brengen wegens betrokkenheid bij het doden en martelen van politieke tegenstanders van het communistische regime dat in 1978 en 1979 in Afghanistan aan de macht was.

Osman vluchtte in 1993 naar Nederland. Dat deden vele Afghanen als er weer eens nieuwe interne afrekeningen dreigden. Osman was hoofd geweest van de afdeling verhoor van de Afghaanse veiligheidsdienst AGSA. De ambtenaren van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) die hem in Nederland hoorden waren verbaasd over zijn onalledaagse openhartigheid. Osman gaf toe dat zijn dienst eind jaren zeventig had geholpen om tegenstanders te martelen en te doden.

Zo gaat dat in Afghanistan

„Er werden natuurlijk wel mensen mishandeld tijdens verhoren. Ik was verantwoordelijk voor deze mishandelingen, maar zo gaat dat in Afghanistan. Ik kon mij niet anders opstellen. Dat werd van mij verwacht en verlangd. Als je hier niet in mee gaat, kun je nooit zo’n hoge positie bereiken”, aldus Osman in zijn verhoor met de IND.

Mede op basis van deze bekentenis kreeg hij geen vluchtelingenstatus in Nederland. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag bepaalt dat geen asiel wordt verleend aan personen van wie ernstig kan worden verondersteld dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdrijven. Maar wanneer de vluchteling reëel gevaar loopt als hij teruggestuurd wordt naar het land van herkomst wordt hij toch niet uitgezet. Zo ook in het geval van Osman.

Een paar jaar geleden begon het OM met het doorlichten van de zogeheten 1F-stapel van de IND. Vele honderden Afghanen hebben in Nederland geen asiel gekregen, maar worden toch niet uitgezet. Onder hen zijn enkelen tegen wie ook concrete verdenkingen bestaan. Osman was een van hen. In 2010 begon het strafrechtelijk onderzoek.

„In Afghanistan bestaat absolute straffeloosheid voor degenen die bijvoorbeeld tijdens het communistische regime tegenstanders hebben vermoord. Er zijn drie Afghanen vervolgd: een in Engeland en twee Afghanen die in Nederland werden veroordeeld tot zeven en negen jaar celstraf wegens het plegen van oorlogsmisdrijven”, zegt officier van justitie Thijs Berger van het landelijk parket.

De aanklager is dinsdag teruggekomen van een onderzoeksreis naar Afghanistan. Hij was er twee weken. Berger merkte hoe belangrijk het is dat nabestaanden alsnog duidelijkheid krijgen over het lot van vermisten. Zo vertelde een vrouw aan de Nederlandse rechercheurs over de zoektocht die zij met haar moeder had gemaakt om zekerheid te krijgen over het lot van haar verdwenen vader.

„Zij ging terug naar Afghanistan en hoorde dat er zo veel mensen waren vermoord in 1978 en 1979, dat ze met bulldozers naar een plek achter de gevangenis Pul-i-Charki bij Kabul werden gebracht. Mensen moesten in een rij gaan staan en werden met een machinegeweer doodgeschoten. Wie nog in leven was, werd levend begraven. Duizenden zouden zo zijn behandeld”, vertelt Berger.

Dertig jaar gewacht

De lijst met transportorders die de Nederlandse rechercheurs hadden meegenomen bracht de vrouw tot tranen. „Dertig jaar lang had zij gewacht en gezocht naar een dergelijk document over haar vader. Nu kreeg zij voor het eerst zekerheid over zijn lot.”

De dodenlijsten die het OM gisteren bekendmaakte, betreft materiaal dat in kleine kring bekend was. Op de lijsten worden de doden alfabetisch weergegeven onder vermelding van naam, de naam van de vader, beroep, woonplaats en het feit waarvan ze zijn beschuldigd. „Vaak staat er aan het eind: Ashrar. Dat betekent schurk. Iedereen die door de communisten verdacht werd van banden met de mujahedeen was een schurk.”

Berger zegt gehoord te hebben dat er dodenlijsten zouden bestaan met 12.000 namen. „Toch is het waarschijnlijk dat het totale aantal slachtoffers van het communistische bewind vele malen groter is.”