Meer herstel is niet haalbaar

De kunst van politieke besluitvorming is het realiseren van het maximaal haalbare en in een verdeeld land zijn dat niet per definitie de best denkbare maatregelen. Bestaat het kabinet al uit de klassieke antipoden VVD en PvdA, het treft tegenover zich een zeer disharmonische oppositie. De twee grootste oppositiepartijen, PVV en SP, hebben totaal andere maatschappelijke denkbeelden dan bijvoorbeeld D66, ChristenUnie en het CDA. Dat ze allemaal het kabinet kritiseren is hun enige overeenkomst.

Het kabinet, dat een minderheidspositie in de Eerste Kamer heeft, een indertijd onderschat probleem, heeft dus weinig andere keuze dan zaken te doen met de oppositie, dan concessies te doen aan zijn eigen regeerakkoord en Miljoenennota. De Algemene en Politieke Beschouwingen, die volgende week in de Tweede Kamer worden gehouden, zijn een eerste gelegenheid om op zoek te gaan naar meerderheden die breder zijn dan de tweepartijencoalitie. Dan zal bijvoorbeeld duidelijk worden of de handreiking die CDA-leider Buma lijkt te hebben gedaan oprecht is of dat er in zijn handpalm een punaise verborgen zit. Te hopen valt dat het CDA met een geloofwaardige tegenbegroting komt die aanknopingspunten biedt.

Volgens premier Rutte moet politiek Nederland hiermee leren omgaan: dat er de komende jaren kabinetten regeren die niet in beide Kamers over een meerderheid beschikken. Hij heeft er een niet zo’n vrolijke herinnering aan: zijn eerste kabinet, bestaande uit een minderheid van VVD en CDA, dat werd gedoogd door de PVV. Dat duurde nog geen twee jaar.

Of Rutte gelijk heeft zal nog moeten blijken. Feit is dat de Provinciale Statenverkiezingen in 2015 al tot een verdere verzwakking van de positie van zijn kabinet in de Eerste Kamer kunnen leiden. Waarbij steeds in acht moet worden genomen dat de Eerste Kamer een zelfstandige positie heeft: de fracties kunnen het stemgedrag van hun geestverwanten in de Tweede Kamer volgen, maar dat hoeft natuurlijk niet.

Het verdeelde politieke landschap in Nederland vormt een rem bij noodzakelijke economische hervormingen. Maar het is niet anders. Dat schept een verantwoordelijkheid voor de coalitie, maar niet minder voor de verschillende oppositiepartijen. Wat PVV en SP daarover nu ook zeggen: het is geen landsbelang dat er zo ongeveer om de twee jaar vervroegde verkiezingen moeten worden gehouden, die vervolgens ook geen duidelijke politieke meerderheid opleveren. Ongemakkelijke maatregelen blijven noodzakelijk, ongeacht de vraag welk kabinet van welke kleur ze neemt.