Liever een verkruimeld biljet dan een klein, zwaar muntje

Politici willen af van het dure, vervuilende 1-dollarbiljet.

De bevolking probeert juist 1-dollarmunten te lozen.

Het is één van de populairste attracties in Washington: de gelddrukkerij. In de drukke zomermaanden moeten toeristen ’s ochtends vroeg in de rij staan om een kaartje te halen en later op de dag door de zweterige hitte terug naar het ministerie van Financiën. Het is de enige manier om te kunnen zien hoe vellen wit papier in knisperende groene dollarbiljetten veranderen. Het meest begeerde stukje papier ter wereld is ook bij Amerikanen erg geliefd.

Zo geliefd, dat ze het niet willen inwisselen voor de praktische en voor de overheid goedkopere dollarmunten. Een aantal Amerikaanse politici onder leiding van senator en voormalig presidentskandidaat John McCain heeft een wetsvoorstel ingediend om een einde te maken aan het 1-dollarbiljet. Als Amerika al die biljetten zou vervangen door 1-dollarmunten, scheelt dat jaarlijks 184 miljoen dollar aan overheidsgeld, zeggen de voorstanders. Munten zijn duurder om te maken, maar gaan tien jaar langer mee. Eerdere, soortgelijke initiatieven liepen slecht af. De dollarmunt is al in omloop, maar wordt nauwelijks gebruikt.

Steve Perry uit de staat Illinois krijgt met zijn vrouw en kinderen een rondleiding door de gelddrukkerij in Washington. Hij is dol op briefjes – „om mee te betalen” – en muntjes – „om te bewaren”. Zijn muntencollectie is de laatste twee jaar moeilijk aan te vullen. Tot die tijd perste de Amerikaanse Munt een uitgebreide collectie aan 1-dollarmunten, met op elke serie het hoofd van een historische president. Zo wilde de overheid de Amerikanen enthousiast maken voor dollarmuntjes én hun tegelijkertijd geschiedenisles geven.

Maar dollarbiljetten bleven in omloop – verslaggevers van radiostation NPR ontdekten in 2011 overvolle pakhuizen met 1,4 miljard dollarmuntjes die niemand wilde. Het presidentenprogramma werd kort daarop stopgezet. De politici die nu pleiten voor het gebruik van de dollarmunt, zeggen dat er maar één manier is om de Amerikaan aan de dollarmunt te krijgen: stoppen met het drukken van 1-dollarbiljetten.

Pijnloze bezuiniging

Voordat bezoekers aan de geldpers in Washington het drukken van de biljetten mogen zien, is er een informatiefilmpje dat uitlegt wat een precisiewerk het is. „De productie moet superieur zijn, want het Amerikaanse volk vertrouwt op zijn valuta.” Dan gaat de stoet toeristen langs tonnen vol groene inkt, razendsnelle drukpersen en snijmachines. Alles vanaf grote hoogte, met glazen wanden ertussen. „De zware pers zorgt voor reliëf”, zegt de gids. „Dat voel je als je je vingers over een vers briefje uit de geldautomaat laat glijden.” De werknemers van de drukkerij hebben de muren vol gehangen met posters en Amerikaanse vlaggen met teksten als: „We komen op een ouderwetse manier aan ons geld. We drukken het.” Aan het einde van het proces staan manshoge stapels biljetten op vorkheftrucks.

Naast biljetten van 5, 10, 20 en 100 dollar drukt de Treasury jaarlijks zo’n twee miljard biljetten van 1 dollar. Grotendeels om het verlies aan oude biljetten goed te maken; de briefjes zijn na een aantal jaar roulatie al onbruikbare, slappe vodjes geworden.

Volgens de lobbygroep Dollar Coin Alliance zou de invoering van de dollarmunt ook het milieu helpen. Een ander argument van de voorstanders is dat Amerika achterloopt op andere landen. In de eurozone en ook in Canada staat op de kleinste briefjes een 5.

Toerist Perry kan vooral redenen bedenken waarom hij géén dollarmunten gebruikt. „Munten zijn veel te zwaar, een biljet is licht, past makkelijk in mijn portemonnee.” De dollarmunten lijken erg op de quarters, de muntjes van 25-dollarcent.

De politici die het wetsvoorstel indienden noemen afschaffing van het 1-dollarbiljet een pijnloze bezuinigingsmaatregel in economisch krappe tijden. Maar uit peilingen blijkt een overgrote meerderheid van de Amerikanen niets te voelen voor het inleveren van hun dollarbiljetten.

Ook de katoenindustrie ligt dwars. Dollarbiljetten bestaan voor 75 procent uit katoen. De koperindustrie op haar beurt lobbyt in Washington voor invoering van de muntjes, met hulp van automatenfabrikanten. Die zeggen dat biljetten hun frisdrankmachines verstoppen. In een poging de Amerikanen op te voeden geven sommige betaalmachines dollarmunten als wisselgeld terug.

Maar Amerikanen weten niet hoe snel ze er van af moeten komen. Neem de betaalautomaat bij de metrohalte op Connecticut Avenue in Washington. De dollarmunten die deze teruggeeft, gaan naar het filiaal van de bank Capital One. Achter elke balie liggen laatjes vol dollarmuntjes. „Voor verzamelaars”, zegt de bankmedewerker. Want een klant die geld opneemt, krijgt echt geld, biljetten. Uit de muntjes kan ze zo een prachtig kwartet samenstellen: twee goudkleurige munten met verschillende presidenten, een goudkleurige munt met een indianenmeisje en een zilverkleurige dollarmunt uit 1979. Ze is verbaasd. „Gaan die munten zó lang mee?”