Kinderombudsman eist herkansing voor asielkinderen

De Kinderombudsman is boos dat het kabinet niets doet met zijn kritiek op het asielbeleid. Dit is „één van de grootste kinderrechtenschendingen uit de naoorlogse geschiedenis”.

De Kinderombudsman vindt het „moreel ontoelaatbaar” dat staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) zijn kritiek op het Nederlandse gezinsherenigingsbeleid naast zich neerlegt. Marc Dullaert schrijft vandaag in een brief aan de Tweede Kamer dat hij verwacht dat duizenden kinderen alsnog „een eerlijke kans krijgen om zich met hun ouders te herenigen”.

Dullaert reageert hiermee op de brief van staatssecretaris Teeven van vorige week, waarin staat hoe het kabinet een humaner asielbeleid wil vormgeven. In zijn stukken weerspreekt Teeven de bevindingen van de Kinderombudsman, als Hoog College van Staat onafhankelijk adviseur van de regering. Teeven herkent zich „geheel niet in het beeld dat iets mis zou zijn met de houding van de IND-medewerkers”. Ook ontkent Teeven dat sprake zou zijn van schending van kinderrechten, zoals de Kinderombudsman wel had geconstateerd.

Marc Dullaert zegt nu dat zijn onderzoek „zeer grondig” is geweest, en dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst zelf de dossiers van kinderen heeft aangeleverd. Het ministerie heeft het onderzoek ook op feitelijke onjuistheden kunnen checken. „Wij zijn een rustig instituut. Als wij in de overtreffende trap praten, dan is er echt iets aan de hand”, zegt Dullaert. „Ik durf te zeggen dat één van de grootste kinderrechtenschendigen uit de naoorlogse geschiedenis heeft plaatsgevonden. En de staatssecretaris schuift dat onder de mat.”

Sinds 2008 zijn volgens Marc Dullaert bijna 4.000 kinderen mogelijk onterecht gescheiden gebleven van hun ouders. „De aanvragen van die kinderen zijn niet met welwillendheid, menselijkheid en spoed behandeld”, zegt hij, zoals het VN-verdrag voor de rechten van het kind dat wel vereist. Het onderzoek van de Kinderombudsman stamt uit juni dit jaar. Volgens hem legde Nederland een te sterke nadruk op bestrijding van fraude, waardoor het belang van het kind zowel in beleid als uitvoering uit het oog werd verloren.

Dullaert vindt het verder „opvallend” dat de staatssecretaris schrijft dat hij ook met andere belangen rekening moet houden, zoals het „maatschappelijke draagvlak voor het vreemdelingenbeleid”. Dullaert: „Dat kán niet. Je kunt mensenrechten, in dit geval kinderrechten, niet afwegen tegen maatschappelijk draagvlak. Nederland heeft een kinderrechtenverdrag ondertekend, daar heeft de staatssecretaris zich aan te houden.”

De staatssecretaris schrijft in zijn antwoord dat sinds 2008 de procedures eenvoudiger zijn geworden. Maar Dullaert zegt daarop dat de staatssecretaris „ook verantwoordelijk is voor in het verleden gemaakte fouten”, en dus alsnog de aanvragen van kinderen opnieuw moet beoordelen.