Jonge rockband The Strypes is opzwepend in muziek van toen

The Strypes Foto Andreas Terlaak

De mare snelde hen vooruit: The Strypes zijn een fantastische rockband van gemiddeld nog maar zestien jaar jong. Het Ierse viertal speelt de sterren van de hemel met echo’s van de jonge Rolling Stones en het rhythm & bluesgevoel van Dr. Feelgood en de J. Geils Band. In Paradiso deden ze die reputatie eer aan. Zanger Ross Farrelly heeft de houding van een zelfverzekerde rockzanger met eeuwige zonnebril, gitarist Josh McClorey speelt bochtjes om het beste werk van Eric Clapton en als band zijn ze niet te houden met hun flitsende samenspel.

Maar waarom zo retro, jongens? Op het debuutalbum Snapshot spelen ze veel covers van oude rockhits en ook hun eigen nummers zijn gemodelleerd naar akkoordenschema’s die in de jaren zestig al bekend klonken. Met songs als het door Bo Diddley bekend gemaakte You can’t judge a book by the cover word je nooit meer dan een veredelde bar-band die het publiek kan opjutten met een dampende mondharmonicasolo, maar die ook verbazing wekt om zo weinig artistieke ambitie.

Hun liedjes zijn puntig en hun spel is opzwepend, zelfs als ze van instrument wisselen en bassist Pete O’Hanlon een minstens zo vlammend mondharmonicaspeler blijkt als de leadzanger. Maar The Strypes wekken de indruk dat ze al die kennis van hun vaders hebben en dat ze nooit de kans kregen om met rebels en origineel materiaal een nieuwe Strokes of Arctic Monkeys te worden. Nu was het vooral aandoenlijk, jonge jongens die zó goed in een vertrouwde stijl kunnen spelen.