Ideologisch kluitjesvoetbal

‘Participatiesamenleving.’ Niet dat het nieuw is. Jan Peter Balkenende brak er in 2005 in zijn Bilderberglezing al een lans voor en mocht ook graag hameren op het belang van ‘eigen verantwoordelijkheid’ en ‘zelfredzaamheid’. ‘Bijdragen aan de samenleving’, ook een frase die dit kabinet graag bezigt.

Rene Cuperus, werkzaam bij de Wiardi Beckman Stichting, attendeerde er per Twitter op dat het begrip ook voorkomt in de ‘Van Waarde-resolutie’, een recente aanzet tot sociaaldemocratische herbronning van de PvdA. In die tekst heet het overigens ‘participatiestaat’.

‘Participatiesamenleving’ – eigenlijk is het een pleonasme. Is samenleven niet per definitie een vorm van participatie, en participeren een vorm van samenleven? Kun je niet deelnemen aan een samenleving, behalve misschien door te overlijden?

Een participatiesamenleving is eigenlijk zoiets als een participatiehuwelijk.

- Heb je nog hobby’s?’

- Ik zing.

- O leuk. Solo?

- Nee, in een participatiekoor.’

‘Deelnemen aan de samenleving’ – is dat waar het om draait? Van sommige mensen zou je willen dat ze wat mínder deelnamen aan de samenleving. Zo’n Loek Hermans, die driehonderdvijftig maatschappelijke functies bekleedt, op dat soort extreme maatschappelijke participatie is de laatste tijd veel kritiek. Die interim-bestuurder die bij een instelling voor gehandicaptenzorg een ton per maand binnenharkt, ja, die neemt deel aan de samenleving, maar misschien iets té?

Ik hou mij nu even opzettelijk van de domme, want ik weet ook wel wat hier eigenlijk bedoeld wordt. ‘We moeten van een klassieke verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving’ is politieke codetaal voor: er zijn te veel mensen die onnodig een beroep doen op sociale voorzieningen. Tja, het aantal werklozen schijnt op dit moment met 700 per dag te stijgen, dat kost veel geld, daar valt weinig tegenin te brengen. Maar het moet een vreemde gewaarwording zijn om op maandag je baan te verliezen en op dinsdag te horen dat we naar een ‘participatiesamenleving’ moeten.

-Hallo, eh, inactief, werkloos persoon, even een puntje: u bent anticyclisch bezig. U moet deelnemen, ja?

Je haalt de rolstoel uit het zorgpakket, de rolstoelgebruikers vragen waarom, en dan zeg je: ‘Wij moeten naar een loopsamenleving.’ Alsof het gros van de rolstoelgebruikers niet onmiddellijk zou gaan lopen als ze konden.

‘Wij moeten van een klassieke vangnetsamenleving naar, hoe zal ik het zeggen, een stuitersamenleving.’

Als de drie grootste partijen, CDA, VVD en PvdA dit maatschappijmodel blijken na te streven, kunnen we hun wetenschappelijke bureaus, waar wordt nagedacht over de ideale samenleving, misschien maar beter opdoeken. Of fuseren. ‘I’ll have what she’s having,’ zegt de vrouw in het restaurant in When Harry Met Sally, in het Kamerrestaurant gaat het kennelijk zo met ideeën. Ideologisch kluitjesvoetbal.

Vooral dat de PvdA deze term heeft overgenomen is verbazingwekkend. Het CDA garneert het idee met naastenliefde en gemeenschapszin, de VVD met de vrijheid van het individu, maar de kern blijft een neoliberale agenda van minder sociale voorzieningen en meer je eigen boontjes doppen. In een gezonde democratie zou daar een zelfbewuste stroming tegenover staan, die op alle mogelijke manieren probeert dat beleid tegen te houden. Die niet meegaat in zo’n frame, maar zichzelf dwingt er een eigen idee tegenover te stellen, vanuit zijn eigen waarden. En in zijn eigen woorden.

Jan Kuitenbrouwer is schrijver en directeur van de Taalkliniek (taalkliniek.nl).