Geen nieuwe winkels meer bouwen

Een op de drie winkels gaat dicht. Gemeenten moeten dus bouw van nieuwe voorkomen, vindt Chris Vonk

Na de leegstand in kantoren komt er nu ook heel snel een structureel overschot van 30 procent aan winkelruimte. Dat komt door de crisis, door internetwinkels en door zondagsopenstelling. Dan moet de politiek nieuwbouw van winkels gaan reguleren.

In totaal zal het gemiddeld vrij te besteden geld van elke Nederlander met minimaal 10 procent dalen, voor we weer kunnen profiteren van een langverwachte economische opleving. Het is nu heel gewoon geworden om op internet te kijken waar een bepaald product het voordeligst te krijgen is. En om het daar direct ook maar te bestellen. De langzaam breed ingevoerde zondagopenstelling zorgt dat de omzet die voorheen in 6 dagen werd verdiend, nu in 7 dagen wordt verdiend. Dus gemiddeld elke verkoopdag minder klanten in de winkel. Uiteindelijk kan de ondernemer dan met een kleinere winkel toe.

Deze drie trends bij elkaar opgeteld maken duidelijk dat één op de drie winkels in de komende jaren leeg zal komen te staan.

We moeten dan voorkomen dat er nieuwe winkels worden bijgebouwd. Maar een zeer gewenste buurtwinkel in een kleinere kern kan behouden blijven met steun van de gemeente of van bewoners. Er zijn al verscheidene initiatieven, vooral in Brabant, waar de buurtwinkel open gehouden wordt door groepen vrijwilligers. Dan kunnen dorpsbewoners lokaal boodschappen doen. Overgang van een kleine, door de samenleving zeer gewenste, winkel tot publieke voorziening kan de levendigheid van een dorp versterken. Het is gemakkelijk voor de inwoners.

Chris Vonk is raadslid voor de Partij van de Arbeid in gemeente Haarlemmermeer