Fotograferen als Rembrandt

Hoe lang zal het nog duren? Het onbedoelde plan om van de hele wereld een reproductie te maken nadert steeds sneller zijn voltooiing. In de prehistorie begon de mens ermee en dankzij allerlei uitvindingen is het einde voorstelbaar geworden. De aarde als 3D-print, op ware grootte of in handzamer formaat.

Ook in twee dimensies dendert het door. Morgen begin de Nationale Fotoweek. Daarin worden niet alleen bestaande foto’s nog eens getoond op allerlei exposities, er worden ook nieuwe gegenereerd. Families kunnen zich door gerenommeerde fotografen als Koos Breukel, Ringel Goslinga en Ilvy Njiokiktjien laten portretteren in tijdelijke studio’s in musea als Foam en Fotomuseum Den Haag, maar ook op Paleis ’t Loo en in filialen van de Hema.

De belangstelling is groot, ook al hebben de meeste mensen toch wel genoeg foto’s van hun zoons, dochters, ouders, van zichzelf. Het aantal afbeeldingen dat er van iemand bestaat is in de afgelopen 150 jaar uitbundig toegenomen, van één of twee in de negentiende eeuw tot duizenden nu. Maar dan gaat het voor het grootste deel om kiekjes. Een foto van een gerenommeerde fotograaf is wat anders. Kwaliteit in plaats van kwantiteit. De portretten van Koos Breukel, nu te zien op een groots overzicht in het Fotomuseum in Den Haag, of van Ringel Goslinga, tot voor kort elke week te zien in deze krant, hebben zelfs waarde als het geen herinneringen zijn, als je de geportretteerde persoon helemaal niet kent. Dit zijn geen geheugensteuntjes, dit zijn kunstwerken. ‘Leer fotograferen als Rembrandt’, is de titel van een workshop in het Rijksmuseum tijdens de Fotoweek. Breukel en Goslinga kunnen dat al.

Maar tegelijkertijd is het wonder van fotografie juist dat niet te voorspellen valt waar schoonheid zal opduiken; een kiekje kan nog veel mooier zijn dan een Breukel of een Goslinga. In geen genre speelt het toeval zo’n schitterende rol als in de fotografie. Ook kiekjes zijn soms kunst. Zelfs ooit als mislukt beschouwde foto’s kunnen het tot meesterwerk schoppen, bijvoorbeeld door ze onder te brengen in een serie.

Op de Biënnale van Venetië is, in een door de Amerikaanse kunstenaar Cindy Sherman samengesteld onderdeel van de tentoonstelling Het encyclopedisch paleis, The Hidden Mother van Linda Fregni Nagler te zien. Deze Italiaanse kunstenares verzamelde fotoportretten van kinderen uit de negentiende eeuw die ze nu als een kunstwerk exposeert. Omdat er in die eeuw nog lang geposeerd moest worden voor een foto, zaten de baby’s en kleuters bij hun moeder op schoot. De moeder werd wel verborgen onder een zwarte doek. Die truc werkte misschien in de negentiende eeuw. Nu niet meer. Het is de zichtbaarheid van de vermomming die de foto’s nu opmerkelijk maakt. Het is alsof ze juist zo iets zeggen over de band tussen moeder en kind. Truc wordt metafoor, techniek wordt inhoud.