Fawlty Towers en de Federal Reserve

En, Pierre, wat hebben ze niet verloren? De financiële markten maakten wereldwijd méér dan een vreugdesprong toen gisteren bleek dat de Amerikaanse centrale bank géén begin maakt met het temperen van de maandelijkse aankoop van 85 miljard dollar aan staats- en hypotheekobligaties. Vrijwel iedereen had verwacht dat dit wel zou gebeuren, en de opluchting was dan ook groot. De vreugdesprong bleek een dubbele flikflak met anderhalve schroef. Op Wall Street bereikten de aandelenkoersen een record.

Maar is het wel goed nieuws? Daar kan je voor de hand liggende beschouwingen aan wijden: de Amerikaanse economie is kennelijk niet zo stevig dat de Fed met haar aankopen kan stoppen. Of uitstel leek de Fed een betere optie met het oog op de, na de wankele nazomer, gevreesde nationale en internationale marktreacties. Maar er is nog een andere vraag: weten ze bij de Fed nog wel waar ze mee bezig zijn?

Er werd hier drie maanden geleden al aandacht besteed aan het fenomeen ‘forward guidance’, een communicatiestrategie die veel centrale banken sinds de kredietcrisis hanteren, waarbij de markt niet zoals vroeger een beetje in de juiste richting werd geduwd, maar waar volledige duidelijkheid werd gesuggereerd over wat van het monetaire beleid te verwachten is.

Voor ze het weten zijn centrale bankiers de gevangene van hun eigen beloften. Amerika is hiervan een schoolvoorbeeld. Analisten van ING besteedden er begin deze week aandacht aan in een uitstekende analyse: Pushing the limits of credibility. Zij halen een onderzoek aan van de centrale bank van San Francisco waaruit blijkt dat zonder forward guidance het monetaire beleid van steunaankopen waarschijnlijk geen effect zou hebben. Dus niet de steunaankopen zelf doen het hem, maar de belofte dat zij voor lange tijd worden gehandhaafd. ‘Wij zorgen voor u’, zegt de centrale bankier tegen de markt. Maar er waren steeds grotere woorden nodig om de markt onder hypnose te houden.

Eerst werd beloofd dat de rente voor een ‘lange periode’ laag zou blijven. Daarna, in januari 2012, werd dat explicieter: ‘ten minste tot eind 2014’. In september vorig jaar werd het ‘midden 2015’. En toen de huidige ronde steunaankopen (de derde trap sinds de crisis, met steunoperatie ‘Twist’ als tussendoortje) van start ging werd er een expliciet doel aan gekoppeld: de werkloosheid moest dalen tot 6,5 procent.

Maar wat doe je als de realiteit je inhaalt? De Amerikaanse werkloosheid is gedaald naar 7,3 procent, de inflatie is laag, maar niet te laag, en de economische groei schommelt tussen de 2 en 2,5 procent. Iedereen kon zien aankomen dat het monetaire beleid eerder vroeger dan later zou moeten worden ingeperkt en de centrale bank moest terugkomen op de schijnzekerheid die zij had verschaft. Vandaar de reacties van deze zomer. Iedereen verwachtte dan ook dat Bernanke gisteren zou aankondigen een begin te maken met het terugbrengen van de steunaankopen.

Het besluit om door te gaan verraste de markt volledig. Maar het is in wezen een poging om het gevoel in de markt te corrigeren dat er geen zekerheden bleken te bestaan. En daarmee wordt een nieuwe, valse zekerheid bovenop de bestaande gestapeld.

En nu? Bernanke begint te lijken op John Cleeses creatie Basil Fawlty, de hoteleigenaar die steeds uitzinniger constructies moet bedenken om zijn fouten toe te dekken. Met dit verschil dat Basil er uiteindelijk altijd zelf voor opdraait. Bernanke heeft nog een paar maanden om te voorkomen dat zijn opvolger met het probleem zit. December is de uiterste datum dat hij nog iets kan doen.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.