Economie VS langer aan het infuus

Dat de centrale bank doorgaat met steunaankopen, zorgde voor vreugde op de beurs.

De Fed vindt dat de economie die steun nog nodig heeft.

De boodschap duidde op zorgen over de economie, maar de markten sprongen een gat in de lucht. Tegen bijna ieders verwachting in besloot de Federal Reserve, het stelsel van Amerikaanse centrale banken, gisteren niet om een begin te maken met het afbouwen van het stimuleringsprogramma voor de Amerikaanse economie. Voor beleggers betekent dit dat er nog even volop goedkoop geld beschikbaar blijft.

Fed-voorzitter Ben Bernanke zei op een persconferentie dat de rentecommissie die het besluit moest nemen, nog niet genoeg vertrouwen heeft in het economisch herstel. De centrale bank heeft de verwachtingen voor de economie naar beneden bijgesteld: dit jaar groeit het bbp niet met 2,3 tot 2,6 procent, zoals in juni werd verwacht, maar met 2 tot 2,3 procent.

Verder vielen de meest recente werkloosheidscijfers tegen en vertraagt de groei door de impasse in het Congres over de begroting. Daarbij bestaat het risico dat overheidsdiensten de deuren moeten sluiten als er voor 1 oktober geen oplossing is. Later in oktober moet er bovendien een nieuw akkoord over het schuldenplafond komen.

Een andere tegenvaller is dat de hypotheekrente flink is gestegen sinds Bernanke in mei voor het eerst zei dat hij overwoog de steunaankopen van hypotheek- en staatsobligaties te verminderen. Het tarief voor een lening met een looptijd van 30 jaar ging volgens hypotheekbank Freddie Mac met ruim een procentpunt omhoog naar 4,57 procent. Dat is het hoogste niveau in bijna twee jaar. Juist de huizenmarkt was voortrekker in het herstel.

Door Bernankes aankondiging in mei zijn de effectieve rentes op staatsobligaties flink gestegen. De lage rente die het gevolg was van de steunaankopen had de hypotheekrente de afgelopen tijd juist laag gehouden. Dat had de woningmarkt op gang geholpen.

Gisteren daalde de tienjaarsrente van 2,85 naar 2,71 procent, de grootste verlaging in twee jaar tijd. De S&P 500 boekte na Bernankes persconferentie een record van 1.725 punten, een stijging van ruim een procent. Ook de Dow Jones en de Nasdaq groeiden met een procent. De goudprijs steeg met 4 procent: beleggers gaan ervan uit dat het uitstel tot inflatie leidt.

Ook voor de opkomende markten was het nieuws van gisteren een opluchting. Beleggers hadden de afgelopen maanden veel kapitaal uit onder andere India, Indonesië, Brazilië en Turkije weggehaald, omdat het door de gestegen rente weer aantrekkelijk werd om in Amerika te beleggen.

Sinds eind vorig jaar koopt de Fed maandelijks voor 40 miljard dollar aan hypotheekobligaties en voor 45 miljard dollar aan staatsobligaties op. Door het totaal aan steunaankopen sinds het begin van de financiële crisis in 2008 is de balans van de Fed inmiddels opgeblazen tot 3.660 miljard dollar, bijna vier keer zoveel als het niveau van voor de crisis. Het risico van het goedkope geld is dat de inflatie te ver kan oplopen als de economie weer aantrekt. Voor de Fed is het dus zoeken naar het juiste moment en de juiste dosering om het programma af te bouwen: te vroeg verminderen of te grote stappen nemen kan het prille herstel frustreren.

Veruit de meeste Fed-watchers hadden verwacht dat de commissie ondanks de tegenvallende cijfers van de afgelopen weken een voorzichtig begin zou maken. Maar Bernanke hamerde er gisteren op dat „er geen uitgestippeld pad” is om de steunaankopen te verminderen. Het enige wat hij in het voorjaar had gezegd was dat de Fed voor het einde van het jaar dacht te beginnen – als de economische ontwikkelingen het toelieten – en dat hij dan halverwege volgend jaar klaar zou kunnen zijn.

Voorzichtig afbouwen past in het wereldbeeld van Bernankes waarschijnlijke opvolger, de huidige vicevoorzitter Janet Yellen. Gisteren bevestigde het Witte Huis dat zij koploper in de race is en dat president Obama volgende week een besluit bekendmaakt. Yellen staat bekend als monetaire duif, iemand die veel waarde hecht aan het terugdringen van de werkloosheid, ook als dat tot hogere inflatie kan leiden.