De man die Ali’s kaak brak – en hem versloeg

Ken Norton (1943-2013)

De onbekende bokser Ken Norton verraste in 1973 grootheid Muhammad Ali – en de kenners. Gisteren overleed de oud-wereldkampioen.

San Diego, maart 1973: Ken Norton brengt Muhammad Ali in het nauw in de partij van de kaakbreuk. Foto AP

Ken Norton moest een tussendoortje worden voor Muhammad Ali, die 31ste maart 1973 in San Diego, in de categorie bezigheidstherapie. Het gevecht tussen oud-marinier Norton en de man die zijn wereldtitel in het zwaargewicht kwijtraakte als dienstweigeraar, werd vooraf gezien als een mismatch. Kenny zou geen schijn van kans maken. Maar al in de eerste van twaalf ronden bewees Norton het ongelijk van de bokskenners.

Met zijn helpers was Ali de ring binnengekomen in een witte mantel die hij kort daarvoor van Elvis Presley had gekregen. Zelfverzekerd begon hij aan het gevecht tegen de voormalige sparringpartner van Joe Frazier, de bokser die twee jaar eerder als eerste en enige Ali had verslagen. Het duurde tot in de derde ronde voordat iets van de oude Ali zichtbaar werd: met de ‘Ali shuffle’ danste hij met onnavolgbaar voetenwerk om Norton heen. Maar geen moment zag het ernaar uit dat Ali deze voor het grote publiek onbekende bokser zou verslaan. Norton won, op punten. Had hij aan zijn vorige gevecht amper 300 dollar overgehouden, nu gingen zijn naam en beelden van het gevecht de wereld over en zou geld geen probleem meer zijn.

Achteraf bleek dat Norton de kaak van Ali had gebroken, en zo vervolgde hij zijn carrière met een bijnaam: Jawbreaker. Dat gebeurde volgens Ali al in de tweede ronde, maar volgens de winnaar had hij de bewuste klap pas in de laatste ronde uitgedeeld.

Norton werd geboren in Jacksonville, Illinois, en groeide op in een middenklassegezin. Op de middelbare school blonk de fysiek sterke Norton uit op de atletiekbaan en in American football. Hij kon kiezen uit beurzen van bijna honderd universiteiten, maar hij belandde als studerende sportman al snel op een dood spoor. Hij werd marinier, en pas toen ging hij boksen. Na zijn militaire dienst – hij was inmiddels vader geworden van Ken Norton jr., gescheiden en voedde zijn zoon in zijn eentje op – zou hij politieman worden. Maar een stel zakenmensen uit San Diego kreeg hem zover dat hij profbokser werd. Aanvankelijk in betrekkelijke anonimiteit en overdag aan de lopende band bij Ford – tot 31 maart 1973, toen hij Ali versloeg.

Zes maanden later revancheerde Ali zich op Norton en in 1976 troffen beiden elkaar voor het laatst – voor de eerste keer in een gevecht om de wereldtitel, in het Yankee Stadium in New York. In de tussentijd had Ali in 1974 de wereldtitel heroverd, op George Foreman in The Rumble in the Jungle. En in 1975 had Ali in The Thrilla in Manila zijn derde gevecht met Frazier in zijn voordeel beslist.

Ook nu versloeg Ali Norton, op punten – volgens velen een dubieuze beslissing. Norton was ervan overtuigd dat hij gewonnen had, en huilde na afloop voor het eerst en laatst in zijn leven, zei hij Facing Ali, een boek waarin tegenstanders van Ali uitgebreid aan het woord komen. Norton: „Als ze hem hadden laten verliezen, had dat een ommekeer betekend in het boksen [dat toen minder populair werd]. Boksen was Ali in die dagen, dus hij won.”

Aangeslagen vervolgde Norton z’n carrière, maar zijn discipline om hard te trainen was weg. „Ik deed waar ik zin in had. Feestjes, drank...” Desondanks kreeg hij een jaar later de wereldtitel in de schoot geworpen toen Leon Spinks weigerde zijn titel te verdedigen tegen uitdager Norton. Die eer was van korte duur, want in zijn eerstvolgende gevecht, in 1978 in Las Vegas (waar hij gisteren op 70-jarige leeftijd overleed), verspeelde hij de wereldtitel aan Ali’s vroegere sparringpartner Larry Holmes. Op ’t nippertje, op punten. De vijftiende ronde geldt als een van de mooiste slotronden in de boksgeschiedenis.

Drie jaar later, op z’n 37ste, stopte Norton. In tegenstelling tot veel collega’s, inclusief Ali, kon hij zijn leven fysiek ongeschonden vervolgen. Tot een ernstig auto-ongeluk in 1986, waarbij hij voor langere tijd verlamd raakte. En zijn kaak brak. Praten en lopen gingen sindsdien moeizaam.

Norton was altijd een trouwe bezoeker van het jaarlijkse feestje van de Boxing Hall of Fame, in upstate New York. Ondanks zijn onafscheidelijke looprek had hij, strak in ’t pak en met een coole hoed, daar nog altijd de uitstraling van een kampioen.