Boekhoudkundige slimmigheidjes van de goede doelen

Al jaren stijgen de inkomsten van KWF Kankerbestrijding. 80 procent zou naar onderzoek gaan, maar dat is gedaald tot de helft.

Het staat op elf plekken op de site van KWF Kankerbestrijding. Zelfs in het spreekbeurtmateriaal dat te downloaden is voor scholieren: „Meer dan 80 procent van het geld van KWF Kankerbestrijding wordt besteed aan wetenschappelijk onderzoek.” En: „Het geld dat KWF Kankerbestrijding ontvangt, wordt zo snel mogelijk besteed. Het overgrote deel (80 procent) gaat naar wetenschappelijk onderzoek”.

Maar dat is niet waar. De afgelopen vier jaar zijn de bedragen die KWF aan onderzoekers overmaakte (in relatieve én absolute zin) gedaald, tot 48 procent van de inkomsten vorig jaar. Terwijl de inkomsten – via collectes, overboekingen en bij evenementen – gestaag stegen, van 96 miljoen euro in 2009 tot 146 miljoen euro vorig jaar.

De kosten die fondsenwervers maken zijn traditioneel een heikel punt want elke euro is gedoneerd, niet verdiend. Onlangs raakte de stichting Alpe d’HuZes, die ook geld werft voor kankeronderzoek, in opspraak toen bleek dat organisatoren die zich lieten voorstaan op hun altruïsme, behoorlijke sommen bleken te hebben gedeclareerd. Publiek en professionals reageerden woedend.

Dat was aanleiding voor deze krant om de financiële huishouding van vijf grote gezondheidsfondsen (zie illustratie) te vergelijken.

Bij die vergelijking valt ook op dat boekhoudkundige slimmigheidjes terrein winnen. De fondsen hebben namelijk niet één maar verschillende plekken waar iets aan de strijkstok blijft hangen: de kantoorkosten, de kosten voor werving, de kosten voor besteding.

In een reactie bestrijdt KWF dat het vorig jaar maar 70 miljoen euro uitgaf aan onderzoek. Dat was 83 miljoen euro, stelt de organisatie nu – 13 miljoen euro meer dan in de jaarrekening (2012) staat. Maar die extra 13 miljoen euro halen ze deels uit de jaarrekening van 2013. Zelfs dán, met 83 miljoen euro, zit men op 57 procent van de inkomsten (146 miljoen euro). KWF claimt verder „72 procent van het totaal”, aan onderzoek te besteden. Dit „totaal” blijken de uitgaven te zijn. Niet de inkomsten, zoals gesuggereerd op de site.

Verder beschrijft KWF Kankerbestrijding een deel van zijn campagne- en wervingskosten in de boeken als „besteding aan wetenschappelijk onderzoek”. Dat percentage kosten groeit gestaag (zie grafiek). Financieel bestuurder Ruud Kamphuis spreekt in een reactie van „kosten die worden gemaakt om bestedingen te begeleiden. We kunnen het verantwoorden.”

En dan de andere kosten. Het kankerbestrijdingsfonds rapporteert dat zij slechts 13,5 procent kwijt is aan „eigen fondsenwerving” – televisie- en radiocampagnes, posters, websites, evenementen. Dat zijn kosten voor fondsenwerving afgezet tegen de opbrengsten. Maar die ratio geeft een vertekend beeld: voor de tientallen miljoenen euro’s die KWF elk jaar van Alpe d’HuZes krijgt, bijvoorbeeld, hoeft het vrijwel niets te doen. Want dat doen Alpe D’HuZes en duizenden vrijwilligers zelf. Kamphuis, financieel bestuurder van KWF, ontkent dat de kosten zo lager worden voorgesteld dan ze zijn. Omdat KWF zijn logo aan Alpe d’HuZes heeft verbonden, beschouwt KWF het fietsevenement als „eigen fondsenwerving”. Bovendien zijn er op jaarbasis 1,5 tot 2 voltijds banen bij de ondersteuning van de fietstocht betrokken, zegt Kamphuis. „Dit is in overleg met de accountant zo gerapporteerd.”

Tenslotte zijn er de beleggingen. KWF Kankerbestrijding, veruit het grootste fonds, heeft 286 miljoen euro aan beleggingen in Nederlandse staatsleningen en bankdeposito’s. Dat hebben de meeste fondsenwervers: hun beleggingen zijn ruwweg twee keer zo groot als hun jaarlijkse inkomsten.

Is dat niet zonde van het gedoneerde geld? „In de wereld waarin iedereen direct een mes trekt als je een fout maakt, kan ik me zulk voorzichtig gedrag voorstellen”, zegt Jaap Koelewijn, hoogleraar aan de Universiteit Nyenrode en voorzitter van de auditcommissie bij de Maag Lever Darm Stichting. KWF mag dan „een veredeld obligatiefonds” zijn geworden, hij noemt dat verdedigbaar. KWF legt net als veel andere fondsen meteen geld apart als het toezeggingen doet om dat in de toekomst aan onderzoek te besteden. Obligaties vindt de organisatie minder risicovol. Een kwestie van smaak, zegt Koelewijn. „Je kan ook minder van je toegezegde onderzoeksgeld reserveren of iets risicovoller beleggen, maar de schade is groot als er wat mis gaat.”

De Hartstichting, bijvoorbeeld, doet het anders. Die koos er vorig jaar voor meer uit te geven (aan onderzoek) dan het binnenkreeg aan donaties en zo op haar vermogen in te teren. De stichting investeerde in 2012 tien miljoen extra in wetenschappelijk onderzoek. De Hartstichting verkocht twee panden om dat geld te kunnen besteden aan de eigen doelstellingen: onderzoek en voorlichting.

Die keuze heeft mede met het verleden van de Hartstichting te maken. Vijf jaar geleden bleek dat een directeur in het verleden was vertrokken met een afkoopsom van 700.000 euro – daar had de stichting publicitair gezien lang last van. „De Hartstichting probeert nu zoveel mogelijk van elke euro aan onderzoek te besteden of aan voorlichting voor het publiek”, zegt de Groningse cardioloog Jan van Veldhuisen die in de raad van toezicht zit.

Dat kun je ook omdraaien, vindt KWF. KWF heeft zijn kantoorpand in Amsterdam van circa 7 miljoen euro precies om die reden in bezit. „Dat is een bewuste keuze om kosten te besparen”, zegt Ruud Kamphuis. „Wij zijn goedkoper uit doordat we geen huur hoeven te betalen.”

De kritische donateur kan er in het algemeen moeilijk achter komen wat er met zijn geld gebeurt, stelt bijzonder hoogleraar filantropie aan de VU, René Bekkers. „Je weet niet of het echt bij onderzoek terechtkomt.” Maar, zegt hij, de meeste donateurs zijn niet kritisch. Omdat ze vertrouwen hebben in de organisaties? „Ja. Er komen wel nieuwe regels in januari die de transparantie van de bestedingen moeten vergroten.”