Balen. Groen blijkt toch best duur

Na de ramp in Fukushima wilde heel Duitsland groene energie Dat leidde tot snel stijgende energierekeningen Bij de verkiezingen speelt de ‘Energiewende’ vooral een rol als kostenpost

Correspondent Duitsland

Matthias Willenbacher (44) is groene-energieondernemer en schrijver van een woedend pamflet tegen het energiebeleid van de regering van bondskanselier Angela Merkel. Het is een ‘masterplan’ om Duitsland binnen zes jaar te laten omschakelen van de huidige centrale stroomvoorziening door vier grote energiebedrijven, naar een model waarbij ‘energieburgers’ zelf verantwoordelijk zijn voor de opwekking van duurzame energie.

Op een aantal plaatsen in Duitsland werd vorige week een ‘leesevenement’ gehouden waarbij passages uit het boekje Mein unmoralisches angebot an die Kanzlerin (‘Mijn immoreel aanbod aan de kanselier’) van Willenbacher werden voorgelezen. In een van zijn windmolens bij Schneebergerhof, het gehucht waar hij geboren is, las Willenbacher voor. Zijn ‘immoreel aanbod’ is dat hij zijn hele aandeel van zijn onderneming (jaaromzet 2012: 1,1 miljard) cadeau doet aan de staat als Merkel ervoor zorgt dat Duitsland voor 2020 voor 100 procent is overgeschakeld op duurzame energie. Een echte ‘Energiewende’ dus, een koerswending naar groene stroom.

Van kernenergie naar groen

Al in 2000 begon Duitsland onder het kabinet van SPD en de Groenen met het uitfaseren van oude kerncentrales en een omschakeling naar duurzamer energiegebruik. Maar toen Merkel in 2009 haar tweede kabinet formeerde en de samenwerking met de sociaal-democratische SPD inruilde voor een met de liberale FDP werd die omschakeling stilgezet. Dat veranderde na de grote ramp met de atoomcentrale bij het Japanse Fukushima in 2011. Heel Duitsland wilde plotseling schone, groene energie. Merkel bewoog mee en noemde het „de grootste uitdaging van deze eeuw”.

Inmiddels heeft de urgentie van het verre Fukushima plaatsgemaakt voor de realiteit van de gestegen kosten van de elektriciteitsrekening. In de campagnes voor de bondsdagverkiezingen van komende zondag speelt ‘de grootste uitdaging van de eeuw’ voornamelijk een rol als kostenpost. Peer Steinbrück, de kanselierskandidaat van de SPD, dreef eerder de spot met Merkel door te zeggen dat „de eerste de beste friettent nog beter wordt gemanaged dan haar Energiewende”. En hij bepleitte een apart ministerie voor de Energiewende. Maar de laatste tijd gebruikt hij dit thema niet meer in zijn verkiezingstoespraken. De burgers zijn de Energiewende beu.

De vorig jaar tussentijds aangetreden Milieuminister Peter Altmaier, van Merkels christen-democatische CDU, maakt de indruk dat hij is vastgelopen. Hij liet zich ontvallen dat de omschakeling naar duurzame energie Duitsland de komende dertig jaar 1.000 miljard euro zou kosten. Omdat de kosten voor bijvoorbeeld de aanleg van windmolenparken en elektriciteitstracés worden omgeslagen in de energieprijs, zijn de rekeningen van huishoudens relatief snel gestegen.

De poging van Altmaier om een rem op de prijsstijging te zetten is mislukt. Hoe hoog de ‘omslag’ op de elektriciteit zal uitvallen wordt pas na de verkiezingen bekend. Der Spiegel becijferde onlangs dat voor het aanleggen van windmolenparken in zee een investering van 20 miljard euro nodig is. Het tijdschrift voorziet een explosie van de elektriciteitsprijs voor huishoudens bij ongewijzigd beleid.

Merkel, die een jaar geleden het thema van de Energiewende nog aangreep om te praten over de voorhoederol die Duitsland daarbij kan spelen, praat ook niet meer graag over het onderwerp. Dat is zo sinds dit voorjaar de laatste poging om de Energiewende in de hand te krijgen, mislukte bij een ‘topoverleg’ tussen de bondsregering en vertegenwoordigers van de deelstaten.

En Willenbacher? Hij hoort bij degenen die vinden dat de regering zich laat gijzelen door de grote stroomproducenten. „Die zijn erin geslaagd met hun lobby en pr-campagne het hele debat in hun voordeel te beslechten.”