Toen porno even heel chic was

De makers van een biopic over het pornofenomeen van de jaren 70 hanteren een nogal schematische, reactionaire moraal. De werkelijkheid was aanzienlijk complexer.

Amanda Seyfried als Linda Lovelace

Florida, 1970. Stelt u zich een verlegen meisje met sproetjes voor, enig kind van streng-katholieke ouders. Haar beste vriendin haalt haar over om een keer naar een rollerskate-disco te gaan. Linda, zo heet het meisje, wordt er opgemerkt door een mysterieuze, aantrekkelijke man: Chuck, die haar influistert hoe mooi ze is en hoe hij naar haar verlangt. Linda wordt verliefd. Met Chuck ontvlucht ze haar ouderlijk huis. Chuck bevrijdt haar seksueel en vereert haar, tot het moment dat zijn kwaadaardige trekken de overhand krijgen: dan ranselt hij haar af. Uit geldnood stelt hij Linda en het door hem gefilmde bewijs van haar uitzonderlijke talent om hem oraal te bevredigen voor aan een pornoregisseur. Die is zo onder de indruk dat hij er een heel script omheen schrijft: Deep Throat.

Tijdens de opnames voelt Linda zich soms even een echte ster, maar ’s nachts wachten de vuisten van Chuck, die ondanks zijn pooierrol geen andere man in haar buurt kan verdragen. Bovendien blijkt het team rond Deep Throat een maffiabolwerk. Linda wordt vernederd en verkracht. Als Deep Throat onverwachts uitgroeit tot een enorme bioscoophit, moet Linda’s moeder thuis voor de televisie toezien hoe haar dochter belachelijk gemaakt wordt. Haar vader herkent zijn dochter niet meer, zegt hij over de telefoon.

Linda ontsnapt. Ze verlaat Chuck. Ze hertrouwt met een betrouwbare goeierd en krijgt twee lieve kindjes. Ze vertelt haar kant van het verhaal in een openhartige autobiografie en spreekt zich publiekelijk uit tegen pornografie. Haar moeder sluit haar wenend in de armen. Einde.

Dit beeld van Linda Lovelace (1949-2002), geboren als Linda Boreman, moet de makers van Lovelace ongeveer voor ogen hebben gestaan toen zij haar tragische leven tot filmscript bewerkten.

Als waarschuwing voor mensen die de porno-industrie zien als een coole manier om rijk te worden is Lovelace misschien best effectief. De film is er luguber genoeg voor, met name dankzij de bad guys (Peter Sarsgaard als Chuck en Chris Noth als een maffiose geldschieter). Maar het is de vraag hoelang de les zou beklijven.

De wereld is veranderd sinds Deep Throat 41 jaar geleden uitkwam. In 1972 had de gemiddelde Amerikaan nog nooit van een clitoris gehoord en gold de vrouw officieel nog als passieve, ontvangende partij in het seksuele spel. Nu wordt de vrouw minstens zoveel lustgevoelens en neiging tot overspel toegeschreven als de man, zij het dat hij nog steeds de grootste jager (en pornoconsument) is. Voor vrouwen is er nu porna. Pornoactrices schakelen agentschappen in om hun financiële belangen te behartigen; de populairste, zoals Jenna Jameson, worden multimiljonair. Op tv dansen (bijna) blote meisjes om mannelijke hiphoppers heen, terwijl oud-Disney-sterretje Miley Cyrus tijdens de MTV Awards vorige maand in exact dezelfde lichaamstaal haar volwassenwording vierde, met geil uitgestoken tong. Waar ligt de grens tussen vernederend en ‘empowering’?

Veertig jaar geleden was het voor een klein groepje losgeslagen artistiekelingen duidelijk: seks was gezond en natuurlijk en iedereen had er recht op. Porno zou dankzij hun films een volwaardig onderdeel van de filmindustrie worden, van de goot naar de studio. In de schitterende, genuanceerde documentaire Inside Deep Throat (2005) is te zien hoe keurige burgers (m/v) in de rij stonden voor wat een journalist van The New York Times ‘Porno Chic’ gedoopt had – het ultieme stempel van goedkeuring. Deep Throat was even klunzig gemaakt als expliciet; er mocht van genoten én om gelachen worden, door mannen en vrouwen samen. De regering-Nixon schoot deze massale bijval zo in het verkeerde keelgat dat de film inzet werd van een grimmige culture war. Deep Throat werd in 23 Amerikaanse staten verboden.

Roept Lovelace de biopic door de simpele, reactionaire moraal al twijfels op, Inside Deep Throat brengt het anti-pornosprookje de genadeslag toe. Ja, Linda Lovelace streed na haar uittreding tegen porno, maar poseerde op haar 51ste ook weer voor pikante fotosessies, in de hoop zo alsnog iets te kunnen verdienen aan de schandvlek uit haar verleden.

Uit de documentaire doemt een verwarde, verslavingsgevoelige vrouw op, die zich uiteindelijk slachtoffer van iedereen voelde: van Chuck, van de porno-industrie én van de feministen. Ze hadden haar allemaal gebruikt. Gerard Damiano, regisseur van Deep Throat, verwoordt het anders. Linda, zegt hij, had iemand nodig die haar vertelde wat ze moest doen. Anders was ze verloren.