Snijden in zorg, minder cellen

ZORGPREMIE STABIEL

De hoogte van de nominale zorgpremie, die iedereen maandelijks aan zijn zorgverzekeraar betaalt, blijft ongeveer gelijk: ruim 100 euro per maand. Die verzekering dekt de kosten van bijvoorbeeld de huisarts en het ziekenhuis. Daarnaast is er de inkomensafhankelijke zorgpremie, die op het loonstrookje staat. Die wordt volgend jaar een heel klein beetje lager: 7,5 procent van het brutoloon. Dit jaar is die premie 7,75 procent.

EIGEN RISICO STIJGT

Het eigen risico in de zorg stijgt met 3 procent, tot 360 euro volgend jaar. Dat risico is voor alle inkomensgroepen gelijk. Het zou worden verlaagd voor lagere inkomensgroepen (tot 175 euro) en verhoogd (tot 595 euro) voor de hogere. Die nivellering gaat niet door. De compensatie voor het eigen risico die mensen met een laag inkomen nog kregen, verdwijnt.

AWBZ-PREMIE BLIJFT GELIJK

De AWBZ-premie, die ook inkomensafhankelijk is, blijft volgend jaar 12,65 procent. Wie bruto 1.500 euro per maand verdient, betaalt daarvan 190 euro, bij een maandsalaris van 2.500 euro wordt het 316 euro. De premie wordt gebruikt om ‘onvoorziene’ zorgkosten te dekken, zoals thuiszorg en het verblijf in een verpleeghuis, gehandicapteninstelling of psychiatrisch tehuis. Vorig jaar besteedde Nederland 27 miljard euro uit de AWBZ-pot.

FAMILIE MOET HELPEN

Staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA) hervormt de AWBZ, want de premie-inkomsten dekken bij lange na de uitgaven niet. In de toekomst kunnen alleen de allerzwaksten nog terecht in een tehuis. Ouderen moeten zo lang mogelijk thuis blijven wonen en thuiszorg inkopen, die vergoed wordt via de zorgverzekering. Een deel van die thuiszorg (‘verzorging’ – wassen, aankleden) zou aan de gemeenten worden overgedragen. Inmiddels is het de vraag of dat doorgaat. Voor hulp in de huishouding kunnen ouderen een beroep doen op de gemeente. Maar ze worden geacht ook familie en kennissen in te schakelen – de ‘participatiesamenleving’ uit de Troonrede.

DE KOSTEN IN DE ZORG

De uitgaven aan zorg bedragen 77 miljard euro in 2014 . Ziekenhuizen en zorgverzekeraars hebben met minister Schippers afgesproken dat ze in 2014 maar 1,5 procent méér uitgeven aan ziekenhuiszorg dan dit jaar. Dat levert een besparing op van 250 miljoen euro volgend jaar, oplopend tot 1 miljard euro in 2017. Het ministerie verwacht ook 750 miljoen euro minder uit te geven aan geneesmiddelen omdat de prijzen dalen. Het kabinet wil verder 320 miljoen euro minder uitgeven aan zorgtoeslagen.

GEVANGENISSEN

In 2014 moeten penitentiaire inrichtingen 155,1 miljoen euro inleveren. Dat is 4,1 miljoen meer dan eerder bekend was. Het ministerie kreeg namelijk opdracht 23,6 miljoen euro extra te besparen, als onderdeel van het totale bezuinigingspakket van 6 miljard. Gedetineerden gaan „indicatief” een eigen bijdrage van 12,50 euro per dag betalen, voor een periode van maximaal een half jaar. Dat moet jaarlijks 7 miljoen euro opleveren.

RECHTSBIJSTAND

Er komt een nieuw systeem voor de rechtsbijstand, dat volgend jaar 33 miljoen euro en in 2018 91 miljoen euro moet schelen. Wat dit betekent voor mensen die financiële steun nodig hebben omdat ze zelf geen advocaat kunnen betalen, is nog niet uitgewerkt.

RECHTSZAAK DUURDER

De griffierechten – kosten om een proces te starten – gaan 15 procent omhoog. Dit moet rechtszaken schelen – minder mensen zullen naar de rechter stappen – en tegelijk de inkomsten verhogen. Volgend jaar moet het 33 miljoen euro opleveren, oplopend tot 44 miljoen in 2018.

SNELHEIDSCONTROLES

Extra controle brengt geld op. Trajectcontroles op A2 en A4, plus extra aanmaningen, leidden in 2013 al tot een meevaller van 80 miljoen.

AIVD GEKORT

In 2014 moet er 10 miljoen bij de geheime dienst AIVD af. Dat raakt vooral het budget voor ondersteuning en ICT. Op termijn heeft de versobering van de ICT „wel gevolgen voor het operationele werk van de dienst”, schrijft minister Plasterk van Binnenlandse Zaken (PvdA). Details geeft hij niet.

MINDER ADVIESCOLLEGES

Het aantal adviescolleges moet naar beneden in 2014, maar hoe is niet vermeld. Dat geldt ook voor de zogeheten zelfstandige bestuursorganen. De grootste, zoals de Belastingdienst en het UWV, blijven bestaan.