Rutte rekent op hulp van oppositie

De minister-president wilde de Troonrede en Prinsjesdag niet benutten om een gebaar te maken naar de oppositie. „Dat is een kwestie van smaak”, vertelt hij, aan tafel in zijn ministerie. Wel roept hij alle partijen op mee te werken, in het landsbelang. „Ik heb geen toverstokje.”

De eerste Troonrede van de nieuwe koning. De eerste Miljoenennota van de nieuwe minister van Financiën. Het eerste grote Prinsjesdagdebat met felle fractievoorzitters bij de NOS. Op de derde dinsdag van september schoot het er bijna bij in welke rol de minister-president speelt in de presentatie van de nieuwe regeringsplannen. En in het aanstaande offensief om oppositiepartijen daarvan te overtuigen.

Maar ook premier Mark Rutte koos gisteren zijn ‘mediamomenten’. ’s Avonds was de tafel van Pauw&Witteman alleen voor hem. En ’s middags ontving hij een tiental schrijvende journalisten op het ministerie van Algemene Zaken om zijn Troonrede te verdedigen.

Zijn boodschap was vergelijkbaar met de sombere, deemoedige en voorzichtige teksten van koning Willem-Alexander en minister Dijsselbloem. Na vijf jaar crisis onderstreept Rutte graag nog eens dat hij „geen toverstokje” heeft om de „gigantische problemen” op te lossen. Rutte kwam dit keer niet met peptalk of oproepen om meer uit te geven. Het gaat nog steeds slecht. De crisis duurt voort. En het licht aan het eind van de tunnel lijkt maar niet naderbij te komen.

Wat in de Troonrede en de Miljoenennota ontbrak, was dat dit kabinet maar beperkt bij machte is om de plannen die het heeft om te zetten in wetgeving. Komende maanden moeten er voorstellen aan de Tweede en aan de Eerste Kamer worden voorgelegd. In de senaat komt de coalitie van VVD en PvdA acht zetels tekort. Op dit moment loopt daar een poging vast om het belastingvrij pensioensparen in te perken.

„Ik heb het wel overwogen”, zei Rutte over het benoemen van die ongewisse situatie, „maar ik vond het niet verstandig, omdat de Troonrede echt het moment is dat de koning namens de regering het beleid presenteert. Dat vind ik niet het moment voor het meer politieke.” Al had het wel gekund natuurlijk. „Het is een beetje een smaakkwestie.”

Rutte is optimistisch over de „grote verantwoordelijkheid” die hij bij de oppositie ontwaart. Volgens de premier beseffen andere politici net zo goed als hij „dat de tijd dat een kabinet in beide Kamers een meerderheid heeft, achter ons is”. Hij is optimistisch over „goede uitkomsten” van overleg met oppositiepartijen.

Zijn strategie is om niet publiekelijk te reageren op de eisen die oppositiepartijen stellen eer ze hun steun voor het kabinet uitspreken. In aanloop naar Prinsjesdag hadden oppositieleiders in de verschillende media al hun piketpaaltjes geslagen in aanloop naar de aanstaande onderhandelingen over de maatregelen. CDA-leider Buma kwam met een „alternatief voor Nederland”.

Maar was dat nu een handreiking of een klap in het gezicht voor het kabinet? „Ik weet het oprecht niet”, zegt Rutte. „Het is niet gek als CDA en D66 nu natuurlijk zeggen: wij gaan onze huid duur verkopen. Dat begrijp ik. Maar ik houd mijn kruit er even over droog. Als ik daar nu iets over zeggen, dan word ik toch te veel politicus.”