Rutte II nadert de zwaarste fase

Nu het kabinet vrijwel zeker op zoek moet naar meer politieke steun is dit vooral voor coalitiepartij PvdA geen erg aantrekkelijk vooruitzicht.

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima vertrekken van het Binnenhof. Na de Troonrede volgde de traditionele balkonscène op paleis Noordeinde. Foto Novum

Het was de formule waarmee Rutte II aaneen werd gesmeed – uitruilen. Maar na Prinsjesdag, gisteren, is duidelijk dat diezelfde formule een zware handicap vormt nu de coalitie onvermijdelijk toekomt aan verkenningen om het politieke draagvlak van het kabinet te verbreden.

Bewindslieden van Rutte II probeerden gisteren over zichzelf en hun plannen te praten. Prinsjesdag moest gaan over alle goeds dat het kabinet voor het land doet. Niet over de oppositie, niet over alternatieve plannen, niet over het bekende probleem dat de coalitie een meerderheid in de Eerste Kamer ontbeert. Een oud politiek wetje: praat over je kracht, niet je zwakte.

Dus alle vragen hierover kregen de bekende antwoorden. We staan open voor elk gesprek, steun is altijd welkom, en – natuurlijk - laten we het Kamerdebat afwachten; de Algemene Beschouwingen zijn volgende week. Een groots gebaar naar de oppositie, een manoeuvre die zou hebben gepast bij de ambiance van Prinsjesdag, bleef achterwege.

Het tekent de onzekerheid: niemand in coalitie of oppositie weet langs welke weg dat ellendige probleem met de senaat opgelost moet worden. Als abstractie klinkt het voortreffelijk, zo’n participatiemaatschappij – maar probeer haar eens te realiseren in de eigen minikosmos van de Haagse politiek.

Al kan iedereen zien dat een verbreding van het politieke draagvlak, in welke vorm ook, de meest logische slotsom blijft: VVD, PvdA, CDA én D66 hebben domweg geen van allen belang bij wéér verkiezingen.

Dus zal de komende tijd het uitruilen verder onder druk staan. Vorig jaar tijdens de formatie, met de winnaars van het ‘linkse’ en ‘rechtse’ blok aan de onderhandelingstafel, was het een effectieve formule om VVD en PvdA aan een politiek riskante samenwerking te binden. Het vage compromis verdween, partijen gunden elkaar iets. De VVD het begrotingsbeleid, de PvdA inkomenspolitiek, etcetera. Het vroeg veel souplesse van partijleden (inkomensafhankelijke zorgpremie, strafbaarstelling illegaliteit), maar het versterkte de coalitie. Daarna rekte de coalitie de eigen souplesse verder op, nu met akkoorden met de maatschappij – sociale partners, zorg, energie, onderwijs.

Het gevolg was dat het voor de coalitie steeds moeilijker werd ook nog nieuwe compromissen met de oppositie te sluiten; zie de voorlopige impasse rond het pensioensparen.

Hier kwam de zwakte van het uitruilen in beeld: het verkleinde de afgelopen periode de politieke bewegingsruimte van het kabinet.

Maar nu de coalitie weet dat verbreding van het politieke draagvlak niettemin geboden is, per deelonderwerp dan wel in het algemeen, laat dit in feite zien dat dit uitruilen als formule voor coalitievorming niet heeft gewerkt.

Er komt bij dat de coalitie tot nu toe vooral namens de oppositie dacht, nu moet ze mét de oppositie gaan denken.

Nu moet het anders, al liggen in feite alle opties nog open. Maar wat je kunt voorzien is dat elke type verbreding van het draagvlak met CDA en D66, samen of apart, vooral veel vraagt van de PvdA. Op de politiek echt gevoelige punten – nivellering van inkomens, lastenverdeling en begrotingspolitiek – staan die partijen nu eenmaal dichter bij de VVD dan de PvdA.