Parade van snorren en plateauzolen

Van de regisseurs die met The Celluloid Closet (1995) een scherp en humoristisch inkijkje gaven in de manier waarop Hollywood homoseksualiteit portretteert, had je misschien een wat minder naïeve film verwacht over zo’n ander heikel onderwerp uit de filmgeschiedenis: hoe actrice Linda Lovelace een sekssymbool werd door pornofilm Deep Throat (1972) en hoe zij als icoon van de vrouwenbeweging uiteindelijk een slachtoffer van de porno-industrie bleek. Wie daar meer over wil weten kan zich beter wenden tot de documentaire Inside Deep Throat (2005).

Het is lastig in te schatten in hoeverre Linda Lovelace en Deep Throat ook vandaag nog emblematische begrippen zijn. Er hangt nog altijd een zweem van een schandaalsucces om haar naam, maar een film die zich als biopic presenteert zou verder moeten gaan dan aan de oppervlakte pulken en zich verliezen in een vrolijke retroparade van jarenzeventigsnorren en plateauzolen.

Op zich kozen regisseurs Epstein en Friedman voor een slimme structuur. De film is een tweeluik dat eerst de uiterlijke, vrolijke en blije kant van de porno-industrie in de jaren 70 laat zien, en dan hoe Lovelace verstrikt raakte in een gewelddadige relatie met haar ontdekker en echtgenoot Chuck Traynor. Maar ze bleven (omwille van de Hollywoodproductie of de sterrencast met Amanda Seyfried als Lovelace?) aan de buitenkant. Wist Lovelace werkelijk niet dat ze zich in maffiakringen bevond? En waarom bleef ze zo lang zwijgen? Het suggereert een veel complexer karakter dan deze film, Lovelaces eigen autobiografie Ordeal (1980) en de tonnen papier die er over haar zijn geschreven werkelijk hebben weten te doorgronden. Dat verklaart meteen ook de aantrekkingskracht van de film. De toeschouwer wil het raadsel doorgronden. Maar voor een kroniek van de verloren onschuld van de porno-industrie kun je beter Paul Thomas Andersons Boogie Nights (1997) nog eens bekijken.

Dana Linssen