Onderhandelingen starten met achterdocht en gekibbel op tv

Fractievoorzitters rolden bij de NOS over elkaar na presentatie van Miljoenennota

De fractievoorzitters van de zes grootste politieke partijen waren gisteren verbannen naar het Haagse stadhuis, om op tv te debatteren over de Miljoenennota. De vijf politieke leiders die van de NOS niet mochten meedoen, hadden hun het gebruik van het parlement ontzegd.

Tot zover de politieke uitvoering van de ‘participatiemaatschappij’ waartoe de Koning gisteren namens de regering opriep. De kleine pesterijen op het Binnenhof zeggen meer over de werkelijkheid van het politieke bedrijf deze dagen.

De wederzijdse ergernissen waren goed zichtbaar. D66-leider Alexander Pechtold en PvdA-leider Diederik Samsom ruzieden over de vraag of er nou wel of niet extra in onderwijs wordt geïnvesteerd. De PvdA’er werd ook boos op SP-leider Emile Roemer, die het kabinet verweet arme kinderen honger te laten lijden. PVV-leider Geert Wilders en CDA-leider Sybrand Buma presenteerden de zoveelste aflevering van het feuilleton ‘Wie was de onverantwoordelijkste coalitiepartij in Rutte I’. VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra stotterde van ongeloof toen Buma hem verweet dat het kabinet „helemaal niet hervormt”. VVD en PvdA, zei Zijlstra, hervormen zoveel „dat mensen er onzeker van worden”.

Zijlstra trok al tijdens het debat zijn conclusie: „Geen mens zal dit politieke gekrakeel begrijpen.” En de paar ‘gewone mensen’ die door de NOS waren uitgenodigd vragen te stellen, gaven hem gelijk. Meer dan één politiek leider wond zich gisteren na afloop op over het „gekibbel” waaraan hij net had meegedaan. Als het vertrouwen in de politiek belangrijk is voor het economische herstel, dan was het gisteravond geen goede dag voor de economie.

Toch zegt het publieke toneelspel van wederzijdse verongelijktheid niet alles over de kansen van het kabinet om dit najaar in de Eerste Kamer meerderheden te vinden voor cruciale bezuinigingen en hervormingen.

Hoe problematisch de persoonlijke verhoudingen tussen de hoofdrolspelers soms ook zijn, onverzettelijke tegenstanders van het kabinet zijn veel oppositiepartijen toch nog niet – behalve Wilders. Zelfs SP’er Roemer hield, terwijl hij al opriep tot nieuwe verkiezingen, de mogelijkheid open om voorstellen van het kabinet te steunen die voor zijn achterban goed waren. Hoewel CDA’er Buma aan zijn steun schijnbaar onmogelijke eisen koppelde, toonde hij zich ook openlijk tegenstander van nieuwe verkiezingen. En D66’ers die zich ergeren aan de verzwakkingen van de hervormingen uit het regeerakkoord als gevolg van de inspraak van werkgevers en vakbonden, beseffen dat een verzwakte hervorming mogelijk uiteindelijk beter is dan helemaal geen hervorming.

Het was daarom misschien iets meer dan wensdenken, toen premier Mark Rutte gisteren zei: „De oppositie neemt verantwoordelijkheid, dat zal dit najaar blijken.”