Niet altijd zo onschuldig als ze soms wel lijken

‘Werk nooit met kinderen en dieren’ is het befaamde dictum van komiek W.C. Fields. De reden: zij trekken door hun schattigheid en onvoorspelbare gedrag alle aandacht naar zich toe. Regisseur Mark Cousins valt in zijn filmessay over kinderen en cinema niet in de valkuil van vertedering: in de 53 filmscènes die hij analyseert, zijn kinderen niet alleen maar de onschuld zelve.

Hij voegt met A Story of Children and Film een appendix toe aan zijn vijftiendelige The Story of Film dat een jaar geleden in de bioscoop draaide, waarbij hij een door hemzelf gemaakt filmpje van zijn neefje en nichtje die in zijn woonkamer spelen als uitgangspunt neemt. De verlegenheid van Cousins’ nichtje is bijvoorbeeld aanleiding voor een aantal filmclips die de behoedzaamheid van kinderen tonen. Ook laat hij zien hoe toenemende bewustwording van klassenverschillen tot pijnlijke momenten leidt, zoals bij Pip in Great Expectations (David Lean, 1946), die opeens inziet dat hij van lage komaf is als hij de snobistische Estella ontmoet en zij hem kleineert. Cousins geeft ook talloze voorbeelden van kinderen die door andere kinderen worden gepest om hun afkomst, zoals de arbeidersjongen in Ken Loach’ Kes. Naast deze thematische rangschikking analyseert Cousins de door hem uitverkoren scènes ook op filmische aspecten.

Hun speelsheid en het bewustzijn van de camera noopt Cousins’ neefje en nichtje soms tot brutaal of theatraal gedrag, zoals dat ook te vinden is in Bergmans Fanny en Alexander. Soms is die speelsheid te gekunsteld, betoogt Cousins, zoals bij het kindsterretje Shirley Temple. Hij geeft de voorkeur aan Margaret O’Brien in de musical Meet Me in St. Louis. Zij zingt een tikje vals, kijkt recht in de camera en maakt fouten in haar choreografie. Juist door gewoon kind te zijn, is zij ontwapenend en steelt zij de show, ten koste van de ster van de film, Judy Garland.

Cousins besteedt verder aandacht aan thema’s als avontuur, boosheid, kinderdromen, de dreiging van geweld en het omgaan met verlies (van bijvoorbeeld ouders). Hij illustreert het met een veelheid aan clips uit allerlei landen, zoals Albanië en zelfs Nederland (met een stukje uit Kauwboy). Die brede blik is de kracht van A Story of Children and Film, maar heel veel meer dan een opsomming is het nauwelijks. Ook moet je zijn lichte narcisme, slepende voice-over en niet altijd behulpzame parallellen, zoals met de schilderijen van Van Gogh, op de koop toe nemen.

André Waardenburg