Is dit beleid nu eindelijk definitief?

Een half procent groei, op méér dan dat mag Nederland volgend jaar niet rekenen. Daarmee blijft ons land volgens de Macro Economische Verkenningen (MEV), net als dit jaar, achter bij de rest van de eurozone. Ook daar houdt de economische groei niet over, maar lijkt er sprake van enig voorzichtig herstel. De hoop is dat Nederland eveneens opveert.

De economie van 2014 is lastig te voorspellen. Veel hangt af van ontwikkelingen in de wereldeconomie en in de eurozone zelf, waar Nederland de meest hechte economische banden mee heeft. Een terugkeer van de rust rond de euro is van groot belang, inclusief het voorgenomen regime ten aanzien van bankentoezicht in Europa. Terecht schrijft minister Kamp (Economische Zaken, VVD) dat een ‘balansrecessie’ een lastig fenomeen is. Bedrijven, huishoudens en de banksector repareren eerst de eigen balans voordat zij weer aan expansie denken.

Dat betekent echter zeker niet dat het kabinet geen invloed heeft op de macro-economische omgeving. Van groot belang is het – al herhaald voorspelde – opleven van de woningmarkt en de terugkeer van het vertrouwen, vooral bij de consument. Minstens zo belangrijk is in dat opzicht dat het gisteren gepresenteerde beleid definitief is. Zo weet de burger wat hij of zij kan verwachten. Hier wreekt zich de wankele basis van het kabinet. Dat kan door het ontbreken van een meerderheid in de Eerste Kamer geen zekerheid geven over de plannen. Zelfs het voorgenomen beleid van eerder dit jaar staat nog steeds niet vast, zie de aangekondigde pensioenversobering.

Zo was onzekerheid troef op de dag in het jaar waarop nieuwe zekerheden zouden moeten worden gepresenteerd, liefst voorzien van een visie op hoe het verder moet. De kabinetsplannen voor 2014 laten zien hoe lastig het schipperen is in een economie die mede door de eigen bezuinigingsopdracht tegenzit, terwijl de stevige basis voor beleid ontbreekt. Volgend jaar bereiken de netto collectieve uitgaven 44,1 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is het hoogste percentage sinds 1996.

Zo bezien wordt de rol van de overheid in de samenleving, waarvan dit percentage een illustratie kan zijn, alleen maar groter. Al was het maar door het rondpompen van geld waar dat niet nodig is. Ook de collectieve lasten stijgen volgend jaar als percentage van het bbp, tot 40,8 procent. Dat is het hoogste sinds de eeuwwisseling.

Niet alles is in geld uit te drukken. Maar de oplopende percentages onderstrepen de vraag welke visie het kabinet, en dan vooral de premier, heeft op de positie van de overheid in de samenleving. In de drie jaar dat de VVD nu de premier levert, heeft de nachtwakersstaat er kennelijk de ochtend- en avondschemering bij gekregen.