Investeringsplan is voorlopig nog geen realiteit

Nu de banken op de rem trappen, wil de overheid privaat geld aantrekken voor projecten en woningmarkt. Over de slaagkansen zijn de meningen verdeeld.

Het kabinet bezuinigt niet alleen, er wordt ook gewerkt aan grote stimuleringsmaatregelen: de Nederlandse Investeringsinstelling (NII) en de Nationale Hypotheekinstelling (NHI). Twee vehikels waarmee de staat privaat geld wil aantrekken om te investeren in projecten van algemeen belang en om de woningmarkt uit het slop te trekken. Nu de banken die rol niet op zich nemen moet er creatief naar geld gezocht worden.

De NII moet pensioenfondsen en verzekeraars als geldschieter koppelen aan grote projecten op het gebied van zorg en infrastructuur. De NHI moet hypotheken van banken opkopen en die in de vorm van obligaties doorverkopen aan grote beleggers. Zo krijgen banken meer ruimte om hypotheken te verstrekken. De staat garandeert de obligaties, zodat ook voorzichtige pensioenfondsen kunnen meedoen.

Met die garantie beschermen de beleggers zich tegen het risico dat een bank in problemen komt. Volgens Europese afspraken moeten obligatiehouders namelijk gaan meebetalen bij een bankenredding. Minister Dijsselbloem was de architect van die afspraken. Nu tuigt hij een beschermingsconstructie op tegen zijn eigen regel.

Beide plannen zijn verre van uitgewerkt. Dijsselbloem waarschuwt in de Miljoenennota bovendien dat de oprichting van de NHI „een delicaat proces” is; het risico bestaat dat Brussel het als ongeoorloofde staatssteun zal beschouwen.

Sweder van Wijnbergen, hoogleraar economie, ziet weinig in de plannen. „Het worden grote praatclubs. Je bent zo vier of vijf jaar verder voor er werkelijk iets gebeurt. Bovendien ziet de overheid zulke publiek-private partnerschappen als gratis geld, maar dat is het natuurlijk niet. Die private spelers zijn gehaaide jongens die er zelf altijd goed uitkomen maar de risico’s bij de staat laten liggen.”

„Welk probleem wordt er nou écht opgelost met de NHI?”, vraagt hoogleraar economie Maarten Pieter Schinkel zich af. Volgens hem zorgt het NHI niet voor de lagere hypotheekrentes waar de overheid op rekent. Er is nu te weinig concurrentie tussen de grote banken, waardoor de rentes onnodig hoog zijn. De NHI moet het goedkoper maken voor banken om geld te lenen op de kapitaalmarkt. Hierdoor zouden de hypotheekrentes kunnen dalen. „Maar je ziet dat kostenverlagingen de afgelopen jaren ook niet aan klanten werden doorberekend.” Schinkel verwacht dat de banken nieuwe voordelen „ook grotendeels in eigen zak zullen steken”.

Chris Buijink, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken, denkt er een goede kans is dat de rentes wel zullen dalen, doordat de concurrentie zal toenemen. „Het wordt gemakkelijker en veiliger voor banken om aan financiering voor hun hypotheken te komen.”

Schinkel vreest echter dat de NHI de kleinere hypotheekverstrekkers een lagere prijs voor hun hypotheken zal geven, omdat grotere banken veiliger worden geacht. Dat kan voor toetreders een extra drempel zijn, wat de concurrentie juist tegenwerkt.

„Op korte termijn kunnen de NII en NHI verlichting brengen”, denkt hoogleraar pensioeneconomie Roel Beetsma. „Maar na de crisis kom je er niet zomaar vanaf, en dan kunnen ze marktverstorend werken. De overheidsgarantie is een prikkel voor meer risico. Dan nemen consumenten te hoge hypotheken.”