In een te traag tempo op weg naar economisch herstel...

‘Dit kabinet heeft het versterken van de sociale samenhang als belangrijk doel gesteld. Een activerende participatiemaatschappij waarbij iedereen naar vermogen meedoet en waarbij actief burgerschap centraal staat. Dit betekent dat de eigen leefomgeving, de wijk, de buurt waarin mensen wonen belangrijk is. Van verzorgingsstaat naar verbindingsstad.”

Is dit een citaat uit de eerste Troonrede van dinsdag 17 september 2013? Nee. Bovenstaande passage is afkomstig uit een brief die het kabinet zesenhalf jaar geleden, op 5 april 2007, naar de Tweede Kamer stuurde. Was getekend: de CDA’er Klink, minister van Volksgezondheid en Welzijn in het vierde kabinet-Balkenende.

Wél uit de Troonrede, gisteren door koning Willem-Alexander uitgesproken, zijn deze woorden: „...dat de klassieke verzorgingsstaat langzaam maar zeker verandert in een participatiesamenleving. Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving.”

Kabinetten komen en gaan, dat laatste trouwens in te hoog tempo, en ze verschieten regelmatig van politieke kleur, maar veel blijft onveranderd. Zoals uit bovenvermelde citaten blijkt. Eigenlijk al sinds het begin van de jaren tachtig zijn kabinetten bezig financieel orde op zaken te stellen en de burgers duidelijk te maken dat de rol van de overheid niet de omvang kan houden die hij had.

Wie de huidige minister van Financiën, de sociaal-democraat Dijsselbloem, hoort praten over het begrotingstekort en de staatsschuld, verneemt niet zoveel anders dan wat voorgangers als Zalm (VVD), Kok (PvdA) en Ruding (CDA) daarover te melden hadden. Onverminderd wijst de minister van Financiën op de veel te hoge rentelasten door de staatsschuld, miljarden die niet aan mooiere doelen als onderwijs of infrastructuur kunnen worden besteed.

Even leek de sanering van de overheidsfinanciën haar voltooiing te naderen, tot de kredietcrisis en alles wat daarop volgde voor een ongekend grote terugval zorgden. Een crisis die aan het licht bracht dat er weliswaar internationale oorzaken zijn, maar dat de Nederlandse economie haar eigen specifieke, structurele zwaktes kent. Elke crisis toont steeds weer aan dat de Nederlandse economie over te weinig veerkracht beschikt.

Wat het huidige kabinet doet, sinds het tien maanden geleden zijn regeerakkoord presenteerde, is stappen en stapjes zetten naar herstel. Net als voorgaande kabinetten. Daarvan kan vooral worden gezegd dat het te weinig stappen zijn en dat het tempo waarin ze worden gezet te laag is. De gisteren gepresenteerde Miljoenennota bevat onvoldoende de erkenning van de economische realiteit dat de jaren van substantiële groei voorlopig niet terugkeren.