Humeurmanagement geen overbodige luxe

Denker des Vaderlands René Gude in DWDD.

In de rijstebrijberg van televisieprogramma’s over de eerste Prinsjesdag van het kabinet Rutte-Asscher viel vooral de gelijkvormigheid op. De buit was netjes verdeeld: de premier zat bij Pauw & Witteman (VARA), de vicepremier bij EenVandaag (AVRO/TROS), de minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem bij Nieuwsuur (NOS/NTR) en de gretige oppositieleider Alexander Pechtold (D66) zat overal, zelfs bij RTL Late Night.

Het stramien was steevast dat eerst melding werd gemaakt van de geringe steun voor het kabinetsbeleid onder de bevolking. „Oei oei oei, dit is ongekend”, riep politiek verslaggever Dominique van der Heyde verrast uit in het middagprogramma. De NOS had door onderzoeksbureau IPSO aan duizend mensen laten vragen of de regering de crisis verergerde; 82 procent leek dat wel een goede stelling. Het enige juiste antwoord had voor 98,7 procent moeten luiden: „Ik ben absoluut niet in staat dat te beoordelen”. Maar daar maak je geen lekkere televisie mee.

Ook Gijs Rademaker van het EenVandaagpanel had nog nooit zo’n geringe steun gemeten: 14 procent. En dan waren er de gewone mensen in de studio of op film die van alles vonden. De werkloze die meende dat de regering hem aan werk diende te helpen, de VVD-stemmer die het niet eens was met de belastingdruk, en maar eens een andere partij overwoog.

In De Wereld Draait Door (VARA) had Denker des Vaderlands, de filosoof René Gude, een nog radicaler advies. Kijk, de mensen zijn boos of bang, en dat wordt veroorzaakt door onzekerheid. Het laatste dat je dan moet doen als overheid is ze nog onzekerder maken. Dus schrap nu eens een tijdje woorden als hervorming, verandering en innovatie uit je vocabulaire. Eventueel kun je wel over verbeteringen spreken, dat schrikt minder af.

Gude noemt zijn adviezen tegen wanhoop in crisistijd „humeurmanagement”. Taal speelt daarin een hoofdrol. Eerder bepleitte hij in DWDD al om aan het half volle en half lege glas nog twee levenshoudingen toe te voegen: het hedonisme, dansen op de vulkaan en dus veel geld uitgeven enerzijds en het „depressionisme” anderzijds, een door mevrouw Gude bedacht woord. Het komt er op neer dat de crisis is wat hij is, en dat je het als een feitelijk gegeven omarmt. Dat scheelt een hoop hysterie en voedsel voor politieke avonturiers.

Gude is behalve een denker ook een entertainer, een nar die je niet al te letterlijk moet nemen. Maar zijn pleidooi voor meer humeurmanagement zou wel menigeen ter harte kunnen nemen, vooral bij de publieke omroep. Daar is nog steeds de pavlovreactie om het boze en bange volk naar de mond te praten en politici bars te confronteren met hun onvermogen al die verongelijkte gevoelens te pareren. Als iemand eist dat de regering hem helpt, zou je toch enige tegenspraak verwachten.

Met meer humeurmanagement, en een nuchterder journalistieke aanpak, zou het al een stuk beter gaan. Daar hebben we een publieke omroep voor, die niet elk strovuurtje per definitie aanwakkert.