Het is Johan Cruijff, amigo van het volk

Johan Cruijff én Louis van Gaal hebben aandeel in het succes van Barcelona, dat vanavond tegen Ajax speelt. De één is icoon van Catalonië, de ander blijft miskend. „Onterecht.”

Als aanvoerder van FC Barcelona, januari 1975. Foto Hollandse Hoogte

Barça-supporters zoals de vijftiger Lluis Vinyes zijn talrijk: al zijn hele leven socio (lid) en er van overtuigd dat zijn club alles te danken heeft aan Johan Cruijff. Hij is sinds kort eigenaar van La Venta, Cruijffs favoriete restaurant aan de voet van de heuvel Tibidabo. „Cruijff heeft deze club gemaakt tot wat ze nu is”, zegt hij op zijn terras. „Barcelona is Cruijff. Pep Guardiola is Cruijff, de filosofie is Cruijff.”

En Louis van Gaal? Vinyes kijkt zijn ober aan, die even daarvoor had gezegd Cruijff tot zijn amigos te rekenen. Die schudt misprijzend het hoofd. „Nee, Van Gaal niet.”

Cruijff is de keizer van Barcelona. Zie hem zitten, de Catalaanse held uit Betondorp, sinds twee jaar ook weer pater familias van Ajax. Naast hem hoofd jeugdopleiding Wim Jonk, voor hem directieleden Marc Overmars en Edwin van der Sar. In het Mini Estadi in Barcelona, naast het immense stadion Camp Nou, kreeg Ajax A1 gisteravond een pak slaag van Barça’s Juvenil A (4-1). Cruijff zag het aan. Een voorbode wellicht voor wat vanavond staat te gebeuren in de Champions League-wedstrijd tussen Barcelona en Ajax.

Cruijff zal daar niet bij zijn, hij leeft immers in onmin met Barcelona-preses Sandro Rosell. Ook al is het de eerste confrontatie ooit tussen zijn twee geliefde clubs, die ondanks decennia in de Europese top nooit eerder tegenover elkaar stonden in een officiële wedstrijd. De clubs die zo verwant met elkaar zijn, alleen al door de belangrijke voetbalmensen in de Ajax-geschiedenis die ook bij Barça werkten: Rinus Michels, Cruijff, Van Gaal. Zeg je Ajax, zeg je Barcelona. Qua filosofie dan.

Het contract van Hendrik Johannes Cruijff ligt in een vitrine in het museum in Camp Nou. De vedette van Ajax, toen woonachtig aan de Schooleksterlaan 41 in Vinkeveen, tekende op 5 september 1973 voor drie seizoenen à 1 miljoen dollar. Barcelona zou niet meer hetzelfde zijn. „Hij gaf de club een aura”, zegt Guillem Balague, clubkenner en biograaf van Barça’s (oud-)succescoach Guardiola. „Al heeft hij maar anderhalf jaar echt goed gespeeld. Als speler voor Barça was Cruijff groot, niet groots.”

De impact van Cruijff is moeilijk te overschatten. De Catalaanse vervoering is vereeuwigd in de documentaire En Un Momento Dado. Als het niet zijn betovering als speler was, dan zijn vier landstitels en de eerste Europa Cup 1 die hij als trainer won in 1992. Balague: „Het belangrijkste wat Cruijff deed bij Barcelona was ook het moeilijkste: een einde maken aan de slachtoffermentaliteit die in de club verankerd zat.”

Pep Guardiola, in de jaren negentig strateeg op het middenveld en tot vorig jaar succescoach van Barcelona, zegt in zijn biografie wat hem vroeger dreef. „Goed genoeg zijn om op te vallen bij Johan Cruijff.” Nog steeds, na al die jaren, decennia, dat ze elkaar kennen, vousvoyeert Guardiola in gesprekken met Cruijff. Zo diep is het respect, zo duidelijk zijn de verhoudingen. „Cruijff is zonder twijfel de trainer die me het meest geleerd heeft”, aldus Guardiola.

Toch is Van Gaal net zo belangrijk geweest voor het recente, ongeëvenaarde succes van Barcelona. Als Cruijff de „ideoloog” is, zegt Balague, „dan is Van Gaal de man van de methodiek”. „Cruijff liet niets op schrift achter toen hij vertrok. Na hem moest eigenlijk weer alles uitgevonden worden. Van Gaal heeft methodes opgesteld en doorontwikkeld. Zijn oefeningen en positiespellen zijn standaard.”

Ronald de Boer, oud-speler van Ajax en Barcelona onder Van Gaal, beaamt die lezing. „Qua stijl is Cruijff hier natuurlijk bepalend geweest”, zegt hij. „Maar wat methodes en organisatie betreft, dingen waar je tegenwoordig niet meer onder uit komt, is Van Gaal nummer één.”

De betekenis van Van Gaal, rond de eeuwwisseling trainer bij Barça, wordt volgens Balague ernstig miskend. „Hij wordt gezien als iemand die de club en de mores niet snapte. Onterecht.” Van Gaal had alleen niet terug moeten keren na zijn eerste periode. „Maar dat zegt ook weer iets over hoe hoog hij intern stond aangeschreven”, zegt De Boer. „Ze dachten: zo’n man hebben we opnieuw nodig.” Het werd een roemloos seizoen, met een voortijdig ontslag.

Het museum in Camp Nou is vooral een contemporaine expositie, met de huidige spelers als sterren die nu al geschiedenis hebben geschreven. Logisch: de grootste successen zijn de recente. Vier gouden ballen voor Lionel Messi, al vier jaar lang de beste speler van de wereld. En vier bekers met grote oren. Die van trainer Cruijff in 1992, die van Frank Rijkaard in 2006. En de twee van Guardiola, in 2009 en 2011? Die zijn ook een beetje van Cruijff. En van Van Gaal.