‘Heel moeilijk terugschakelen als ’t slecht gaat’

Bijna ging hij failliet. Maar Voncken overleefde met zijn bedrijf KMWE de crisis van 2009, omdat hij zijn mensen tijdelijk in de WW kon onderbrengen. Nu profiteert hij van het herstel van de industrie. Snel schakelen – dat is modern ondernemen. Den Haag zou dat ook moeten weten.

Of ze zich voormalig minister Donner (Sociale Zaken, CDA) nog herinnert? Hij kwam hier ruim vier jaar geleden één van de eerste bedrijven met deeltijd-WW opzoeken. De receptioniste van metaalbewerker KMWE kijkt glazig voor zich uit. Voorjaar 2009 is „ver voor haar tijd”. Samen met nog negentien collega’s werd ze dit jaar toegevoegd aan het personeelsbestand. Twintig vacatures voor vaklui staan nog open.

Hoe groot is het contrast met dat rampjaar 2009, toen de orders door de wereldwijde kredietcrisis razendsnel opdroogden en het tech-bedrijf „helemaal niets meer” verkocht. Als één van de eerste vroeg de onderneming daarom deeltijd-WW aan, de belangrijkste crisismaatregel van het toenmalige kabinet-Balkenende IV.

Het had niet veel gescheeld of KMWE was toen failliet gegaan, zegt algemeen directeur en mede-eigenaar Edward Voncken. Dan was hij alles kwijt geweest, zowel zakelijk als privé. Dat het niet zo ver kwam, dankt hij aan „doorzettingsvermogen, geluk én een beetje hulp van de overheid”. Hij bleef investeren en nam een tweede hypotheek op zijn huis.

Nu groeit KMWE als nooit tevoren. De omzetverwachting voor dit jaar is 50 miljoen euro, in 2009 was dat nog 20 miljoen.

Koning Willem-Alexander sprak gisteren in zijn eerste Troonrede van „tekenen van economisch herstel”. Voncken onderstreept dat volmondig.

Het liefst wil hij volledig meeliften op het herstel van de industrie. Maar hij weet ook dat het eigen vermogen van KMWE nog niet op het niveau is van voor de crisis. Hij moet zich dus ook „wapenen tegen een nieuwe dip”, misschien wel de belangrijkste les van de crisis.

Voncken is „doordrongen” van de snelheid waarmee krimp en groei elkaar nu opvolgen. „Vroeger gingen we uit van zeven jaar. Nu moet je denken in kwartalen.” Hij zou willen dat Den Haag dat ook beseft.

Begrijp hem niet verkeerd. Hij is blij dat de lastenverzwaringen voor het bedrijfsleven meevallen en er extra kredietruimte vrijkomt voor het midden- en kleinbedrijf. Maar hij begrijpt niet dat de deeltijd-WW uit 2009 geen permanente regeling is geworden, waarop bedrijven kunnen terugvallen als het even tegenzit. Zijn Duitse en Zwitserse concurrenten kunnen dat wel. De kurzarbeit is hun concurrentievoordeel: bedrijven kunnen in slechte tijden kosten drukken door personeel voor een deel en tijdelijk in de WW te parkeren.

Die flexibiliteit moet Voncken nu zelf inkopen, en dat zet een rem op zijn groeiambities. Het bedrijf heeft noodgedwongen 20 procent dure tijdelijke krachten in dienst. Liever zou Voncken hun een vast contract geven. „Maar dan is er geen weg meer terug. Als het slecht gaat, is het heel moeilijk terugschakelen.”

Maar eigenlijk wil hij niet meer klagen. Want: „Er is al te lang gesproken over wat er niet goed gaat.” Voncken ziet deze tijd ook als een kans jezelf opnieuw uit te vinden. „Er wordt een nieuwe standaard gezet. Niemand kan nog achteroverleunen.”