Grote liefde voor de speciale schoen

Zijn opleiding kreeg Peter Adams van de bekende orthopedisch schoenmaker ‘meneer Bouwdewijns’. Zelf leert hij nu aan zijn zoon Patrick er „alles aan te doen om te voorkomen dat een schoen in de kast belandt”.

Peter Adams: „In deze crisistijd moeten grote ketens reorganiseren, terwijl kleine bedrijfjes als het mijne werk in overvloed hebben.” Foto Kees van de Veen

Mensen met reuma, uitvalsverschijnselen, spasmen; bejaarde diabetespatiënten, kinderen bij wie de enkels tijdens het lopen naar binnen zakken. Ze komen terecht in de zwarte stoel op het witte podium bij orthopedisch schoenmaker Peter Adams (62) in Breda. Hij luistert naar hun klachten en hun wensen. Hij gipst hun voeten in om de vorm van hun voeten vast te leggen.

In zijn werkplaats giet Adams de gipsmodellen van hun voeten vol schuim dat hard wordt. Hij verwijdert het gips en maakt van de schuimvoet een mooie leest. Hij boetseert bijvoorbeeld met hars een ronde punt voor de tenen – „zo’n achttien millimeter, anders wordt de schoen te klein”.

Dan begint hij aan de steunzool. Die bouwt hij op uit dunne laagjes kurk. Eén voor één verwarmt hij de kurklaagjes, zodat ze flexibel worden. Daarna pers hij ze tegen de leest. De zool moet naadloos aansluiten op het profiel van de voet.

Bij de reumapatiënt wordt de binnenzool opgebouwd van zacht materiaal en zorgt Adams voor een kunstmatige ronde afwikkeling aan de voorkant om pijn te minimaliseren. Voor het kind met de enkels die tijdens het lopen naar binnen zakken, maakt hij extra versteviging in de hoge schoenschacht. Voor mensen met uitvalsverschijnselen bouwt hij een spalk die aan’sluit op de schoen.

„Ik ben opgeleid door de bekende orthopedisch schoenmaker: meneer Bouwdewijns. Ik leerde zowel handmatig schoenmaken, als de theorie. Tegenwoordig ligt de nadruk meer op theorie. Veel jongeren worden niet opgeleid tot orthopedisch schoentechnicus, maar tot orthopedisch schoenadviseur. Ze bedenken een plan en besteden de uitvoering daarvan uit aan mensen in lagelonenlanden in Azië. Ik vind dat jammer, want op die manier gaat er een stuk ambachtelijkheid verloren.”

Vooral grote orthopedische ketens laten hun schoenen in het buitenland maken, omdat dat nu eenmaal goedkoper is. Sommige ketens zijn zelfs in handen van investeringsmaatschappijen die er rijk van hopen te worden, weet Adams.

Toch maakt hij zich geen zorgen om de toekomst van zijn oudste zoon Patrick (40) die bij hem in het bedrijf werkt. Hij heeft hem de liefde voor het vak met de paplepel ingegeven. En als hij straks met pensioen gaat, neemt Patrick de zaak over. „Ik zie in deze crisistijd dat de grote ketens moeten reorganiseren, terwijl kleine bedrijfjes, zoals dit, werk in overvloed hebben. Mensen vinden het prettig als een schoen persoonlijk voor hen wordt gemaakt door de schoenmaker die zij kennen.”

Als de steunzool klaar is, maakt Peter Adams een passchoen. Soms maakt hij een doorzichtige passchoen van hard folie, zodat hij goed kan bekijken hoe de voet in de schoen zit. Soms maakt hij een leren passchoen die de cliënt thuis kan uitproberen. Dan luistert hij na een week naar de bevindingen van de cliënt en past hij zonodig het een en ander aan. Wanneer Adams en de klant tevreden zijn, mag de klant een model uitkiezen en wordt de schoen gemaakt.

„Kijk.” Adams laat een plaatje zien waarmee een meisje en haar moeder kwamen aanzetten. Ze hadden het van internet geplukt. Een paarse hoge schoen met zilveren bloemen. „Zoiets maken we dan na.”

Het laten aanmeten van orthopedisch schoeisel is niet makkelijk voor mensen, weet Adams. Want iedereen koopt het liefst mooie schoenen in de winkel. „Daarom is het cruciaal dat de cliënt de schoen die ik maak ook mooi vindt.”

Het ambacht van de orthopedisch schoenmaker zit wat hem betreft dan ook niet alleen in het maken van de schoen, maar ook in het luisteren naar de cliënt. „Ik zie een afwijking, bedenk daarbij een technische oplossing en luister goed naar de reactie van de klant. Als die ontsteld zegt: ‘Dat wil ik niet’, vraag ik: ‘Wat wil je dan?’ Soms moet ik een voorziening maken die net iets minder goed is, maar wel mooier. Dat is dan schipperen, maar allemaal om te voorkomen dat een schoen in de kast belandt. Want ik ben er van overtuigd dat er in Nederland heel wat orthopedische schoenen onder het stof in de kast staan.”

Het komt regelmatig voor dat mensen geëmotioneerd zijn wanneer ze voor het eerst hun orthopedische schoenen aantrekken, vertelt Adams. „Daarom is het ontzettend belangrijk dat de schoenen voldoen aan hun verwachtingen.” Als mensen hem op zo’n moment dankbaar aankijken, of zeggen: ‘Goh, hier kan ik mee vooruit’, is Adams gelukkig. „Daar doe ik het voor.”