Gillard laat karige erfenis na voor vrouw

Prominente rol voor vrouwen in politiek en maatschappij blijft na eerste vrouwelijke premier verre van normaal

Julie Bishop (links) bij haar beëdiging vanmorgen als minister van Buitenlandse Zaken. Ze is de enige vrouw in het nieuwe kabinet. Rechts oud-premierJulia Gillard. Foto’s Reuters en Getty

‘Lieve Sienna. Ik hoop dat deze biografie inspiratie biedt op je achttiende verjaardag, wat je ook besluit te doen. Gefeliciteerd en veel liefs, je vader.’ Het kattebelletje is geschreven op de titelpagina van The Making of Julia Gillard, een biografie van de eerste vrouwelijke Australische premier uit 2009. De kans dat Gillards levensverhaal een bron van inspiratie is geworden voor Sienna is klein. Het vergeelde maar niet beduimelde exemplaar ligt op een stapeltje tweedehandse non-fictiewerken achterin Macleay Bookshop in Sydney.

Tot een blijvende versterking van de positie van de vrouw heeft Gillards premierschap op het eerste gezicht niet geleid. Vandaag trad het nieuwe conservatief-liberale kabinet van Tony Abbott aan met welgeteld één vrouwelijke minister, vijf minder dan onder Gillard. Een Labor-parlementariër smaalde gisteren dat Afghanistan nu meer vrouwelijke ministers heeft dan Australië. Dat heeft er namelijk drie.

Nadat Kevin Rudd haar in juni opzij had geschoven als Laborleider en premier, besloot Gillard zich niet opnieuw kandidaat te stellen voor het parlement. Nu worstelt Australië met de vraag waarom de eerste vrouwelijke premier altijd omstreden bleef. Lag het aan Gillard, die nooit de harten van de meerderheid van Australiërs wist te veroveren? Of aan de seksistische kritiek die zij, als vrouw, kreeg?

Vlakbij de boekhandel zit Bronwyn Davies bij Petrol, een hippe koffie- en tapastent. De slagregen spat luid op de luifel van het terras. In haar wollen vest weigert de onderwijskundige aan de voorjaarskou toe te geven en naar binnen te verhuizen. „Ik zie mijzelf als feminist. Ik wilde Gillard zo graag fantastisch vinden, maar het lukte domweg niet”, zegt zestiger Davies. „Haar haar zat altijd perfect, haar powerpakken waren perfect, haar toespraken vertoonden nooit emotie. Ze behield altijd een Margaret Thatcher-achtige distantie.”

Ook Gillards bevlogen optreden vorig jaar in een debat met Abbott over seksisme en vrouwenhaat bracht daarin voor Davies geen verandering.

In haar afscheidsrede als premier zei Gillard dat ze een belangrijke rol voor vrouwen in politiek heeft vervuld. „De volgende vrouw in deze rol zal het makkelijker hebben”, zei ze.

Maar volgens Meryl Kenny, specialist in genderverhoudingen in de politiek aan de universiteit van New South Wales, is het nog maar de vraag of Gillard veel betekend heeft voor vrouwen in de politiek. Ze wijst op gegevens van de internationale organisatie Inter-Parliamentary Union. In 2010 was 27 procent van het Huis van Afgevaardigden vrouw, goed voor de 33ste plek op de wereldranglijst. Toen ze aftrad was dat cijfer 24 procent, goed voor de 45ste plaats. „Voor de uitvoerende macht gaat een soortgelijk verhaal op. Dit alles bewijst dat de aanwezigheid van vrouwen alles behalve normaal is, ook na drie jaar Gillard.”

Gillard wist in 2010 Kevin Rudd van de troon te stoten als partijleider en premier. Rudd was toen populair bij de bevolking. Maar hij had weinig steun binnen de parlementaire fractie. Gillard maakte daarvan opportunistisch gebruik, hetgeen haar ook van vrouwen veel kritiek opleverde.

Toch lijkt de kans gering dat een mannelijke premier ooit zo onbeschoft zou worden behandeld als haar overkwam. Columnist en historica Anne Summers ziet in de discriminatie van Gillard het bewijs dat een groot deel van de bevolking een ongelijke behandeling van de seksen accepteert. „Niet alleen mannen sluiten vrouwen buiten. Vrouwen houden het systeem in stand. Dat verhindert dat ze zelf ten volle meetellen in de maatschappij”, schreef Summers in juni in The Mysogyny Factor, een pamflet.

Summers wijst er op dat vrouwen in Australië minder betaald krijgen dan mannen voor hetzelfde werk. Kinderopvang is duur en niet flexibel. Buiten de grote steden is het moeilijk een abortus te ondergaan. En omdat vrouwen verzuimen zich te verzetten, blijft ongelijkheid in stand, denkt ze.

In een grote stad als Sydney klinkt het verhaal van Summers vreemd. In de foyers van de grote bankgebouwen in het zakendistrict wemelt het van de vrouwen in pak, aktetas in een hand, een beker koffie in de andere. Maar in de land- en mijnbouwgebieden van Queensland bijvoorbeeld, wordt duidelijk hoe conservatief Australië is. Mannen in steden als Biloela rijden rond in grote trucks, hun fluorescerende overalls vies van een dag in de mijnen of op de boerderij. Vrouwen duwen boodschappenkarren naar hun eigen auto, gevolgd door een stoet kinderen.

In Sydney neemt Bronwyn Davies haar laatste slok koffie. Ze groeide op in de bush en werkte tien jaar in het noorden van Queensland. „Alsof je terugging naar de jaren vijftig, zo conservatief”, zegt ze. Mocht er ooit een tweede vrouwelijke premier komen, en daar hoopt ze vurig op, dan moet ze daar de strijd voor vrouwen winnen. Davies: „En dat kan. Maar dan moet ze laten zien over onwrikbaar moreel leiderschap te beschikken en niet ieder onderwerp inzet maken van een politiek spel, zoals Gillard deed. Dan is Australië bereid te luisteren. Daar ben ik van overtuigd.”