Eerst stroom vinden, waar je ook aankomt

Geen uitlaatgassen of lawaai, maar wel om de 150 kilometer behoefte aan een nieuw oplaadpunt Met vakantie in een elektrische auto is pionieren Maar ook onthaasten, leerde Rosa Groen in Ierland

Met wapperende haren uit het open dak van onze elektrische eend zoeven we het Britse eiland op. Het is jammer dat we na twee uur al moeten stoppen. Onze Eend, omgebouwd door 2CV Électrique, heeft een topsnelheid van 140 kilometer per uur en een bereik van 150 kilometer. Daarna moet hij worden opgeladen. Met een normale auto doe je drie uur over de 300 kilometer van Newcastle naar vissersplaatsje Cairnryan, waar de boot naar Ierland vertrekt. Wij doen er drie dagen over.

In een elektrische auto met vakantie voelt, hoe modern ook, als terug in de tijd. Om een dagafstand van meer dan 150 kilometer mogelijk te maken, moet ‘het ros’ onderweg eten en drinken. Dat is niet erg als je met vakantie bent. Na twee uur laden tijdens de lunchpauze kan je zo weer vijftig kilometer verder. In zes tot acht uur wordt de auto volledig opgeladen tijdens de nacht.

Als je elektrisch op vakantie gaat, is de voorbereiding uitgebreider dan anders. Niet alleen de kampeeruitrusting moet in orde zijn, ook moet er van tevoren een ‘laadplan’ worden uitgestippeld. Heeft de camping 16 ampère-aansluitingen? Is er een leuk lunchplaatsje met een laadpaal halverwege de etappe?

De eerste missie is: stroom vinden, waar je ook aankomt. Gewapend met een verlengsnoer en vier typen laadstekkers - de laadpunten hebben verschillende soorten stopcontacten - zoeken we naar de dichtstbijzijnde laadpaal. We hebben vóór het vertrek alle laadpunt-apps die we konden vinden op onze smartphone gezet. Geen overbodige luxe, want al te ver verdwalen kun je je niet veroorloven. Laadpalen zijn schaars buiten de grotere plaatsen, al blijken de netwerken in Noord- en Zuid-Ierland goed gespreid.

Is er een laadpaal in de buurt?

In de havenplaats Larne is een werkend punt naast een pompstation. Ruim honderd kilometer verder komen we aan bij het Causeway Hotel. Het ligt aan zee, bij de indrukwekkende Giant’s Causeway: een natuurlijk geplaveide pier van zeshoekige basaltblokken. De dichtstbijzijnde laadpaal staat in Bushmills, vijf kilometer verderop, best een eind lopen. Gelukkig is ieder gewoon stopcontact goed genoeg, als je maar de juiste verloopstekker bij je hebt. Onze hotelier is behulpzaam en leent ons haar stopcontact uit in de receptie. Om in te pluggen moet er een verlengsnoer door het open raam naar binnen. We beschermen de stekkers tegen de regen met een vuilniszak.

Met succes: de wagen heeft de volgende ochtend volle batterijen. Even later rijden we met de ‘e-Eend’ een zonovergoten strand op. Met het azuurblauwe water lijkt Ierland opeens wel een tropisch eiland. Triomfantelijk constateren we dat we gelijk hebben gehad. Je kunt met een elektrische auto wél reizen en op fantastische plekken komen, zonder stinkende uitlaatgassen en lawaai. Het vergt alleen wat meer voorbereiding. Met de appjes op de telefoon bepaal je ’s avonds de route voor de volgende dag.

Dwarsliggers voor de paal

Maar let op, de apps zijn niet altijd betrouwbaar. Niet alle laadpalen staan op de plek waar ze horen te staan en je kunt ook niet zien of ze bezet zijn. Als we de juiste laadplek eindelijk hebben gevonden in het havenstadje Sligo, blijken er twee gitzwarte Audi’s pal voor de paal te staan. Met enig gewriemel parkeren we de Eend tussen een hek en een van de auto’s. Met een verlengsnoer prikken we in. Waar het in Nederland strikt verboden is ‘gewone’ auto’s bij laadpalen te parkeren, bestaan hier in Ierland blijkbaar geen regels voor.

Voor het gratis opladen - het betaalsysteem werkt nog niet in Ierland - is een pasje nodig waarmee je bij de palen moet in- en uitloggen. In Nederland worden de kosten automatisch van je laadpas afgeschreven. Wij reizen rond met een indrukwekkende verzameling, want er zijn verschillende ‘providers’ in Ierland. Alleen voor Noord-Ierland hebben we al zes pasjes. In Carnlough staan we twee uur te hannesen met een stekker die er niet meer uit wil, ondanks onze verwoede bevrijdingspogingen met zes verschillende pasjes. Blijkt dat je vijf minuten moet wachten tussen iedere poging en je wel hetzelfde pasje voor in- en uitloggen dient te gebruiken.

Elektrisch reizen blijft voorlopig pionieren, maar het heeft grote financiële voordelen. Na drie weken hebben we ruim 3.000 kilometer afgelegd en minder dan 10 euro uitgegeven aan elektriciteit. De laadpalen in Ierland zijn gratis, stroom op een camping kost 2 à 3 euro per nacht. En: de beperkte actieradius van enkele honderden kilometers per dag blijkt geen bezwaar.

Op zoek naar elektriciteit kom je op onverwacht mooie plaatsen. Zo belanden we in het muziekplaatsje Clifden bij een hotel in een kasteel, uitkijkend over een adembenemend dal. Een landschap waar Marten Toonder meteen ging wonen toen hij het ontdekte. Als de zon door het wolkendek heen priemt, zien we felgroene velden met grazende schaapjes. Schilderachtige muurtjes en natte keien schitteren in de zon. Om elke hoek verwacht je heer Bommel in zijn oude schicht.

In een pub in Dungarvan proosten we op het eind van onze reis. Ierse liederen waarin heimwee naar vroeger doorklinkt spelen op de achtergrond. Na elk lied wordt uitgebreid over het volgende nummer overlegd. In Ierland lijkt de tijd nét wat langzamer te gaan. ‘Slainte!’, proost, roept een aangeschoten Ier ons toe. Het gemoedelijke van dit land past wel bij het rustige, duurzame elektrische reizen.