‘Een zwak moment kan fataal zijn’

Na het lichtvoetige Rabat komt Jim Taihuttu nu met Wolf, een rauwe film over het straatleven. ,,Deze jongens hebben niets te verliezen.”

Het rauwe straatleven verbeeld in Wolf, de tegenpool van het zonnigerRabat

Twee jaar geleden draaide Rabat in de bioscopen, een innemende roadmovie over drie Amsterdamse vrienden, twee Marokkanen en een Tunesiër, die in een oude taxi naar Marokko rijden. Tijdens de trip komt hun vriendschap onder druk te staan en dreigt hun gezamenlijke droom, het uitbaten van een eigen restaurant, in duigen te vallen. Onderweg krijgen ze ook te maken met vooroordelen en stuitend racisme. Toch eindigde de film optimistisch. Al tijdens de promotie kreeg Jim Taihuttu, coregisseur en coscenarist van Rabat, twijfels: „Ik was ontevreden dat Rabat een soort propagandafilm voor geslaagde integratie is.” Want er zijn genoeg voorbeelden van tweedegeneratieallochtonen met wie het niet goed komt. „Ze keren zich meer en meer af van de maatschappij en hebben lak aan alles en iedereen.”

Dus maakte Taihuttu, zelf van Molukse afkomst, Wolf, een film die in alles het tegendeel lijkt te zijn van het lichtvoetige Rabat. Wolf is een rauwe, in korrelig zwart-wit gefilmde misdaadfilm waarin een stel kruimeldieven, onder wie amateurkickbokser Majid, langzaam wegglijdt in de zware misdaad. Waar in Rabat de zon nog veelvuldig scheen, is het in Wolf winter, ook qua gevoelstemperatuur. Twee van de acteurs uit Rabat keren terug: Marwan Kenzari speelt kickbokser Majid, Nasrdin Dchar, die een Gouden Kalf won voor zijn hoofdrol in Rabat, is zijn aan kanker lijdende broer Hamza. Kenzari trainde anderhalf jaar lang twee uur per dag om spiermassa te kweken en op zijn imposante torso prijkt boven zijn borst een tatoeage met de woorden Rabat: „Die is echt, ik heb ’m ook. We hebben nog een tijdje gedacht hem weg te poetsen maar hebben het maar zo gelaten.”

Taihuttu: „Ik heb thuis een enorme stapel krantenknipsels over allerlei vormen van criminaliteit. Ik wilde dat alles in de film echt gebeurd was. Er zijn talloze incidenten met straatbendes, met schietpartijen in het Amsterdamse Westerpark, overlast in de Diamantbuurt, overvallen met AK-47-machinegeweren op geldtransporten, noem maar op. Ik voelde al een tijdje dat dit in de onderwereld gaande was. Het zijn jonge jongens die vijf jaar geleden nog kleine dingen deden maar opeens het grote werk gingen doen, met drugstransporten en roofovervallen. Het criminele milieu is de laatste jaren enorm verhard.

„Ik heb een kennis die psychologe is in een jeugddetentiecentrum en zij heeft mij een aantal boeken over jonge allochtone delinquenten gegeven. Je hebt studies over Antilliaanse, Surinaamse en Marokkaanse jongens. Die criminologische studies zijn behoorlijk saai om te lezen maar er staan wel dingen in die interessant en bruikbaar zijn. Zo zie je overal een gestoorde gezinssituatie en een levensvisie die niet aansluit bij de westerse maatschappij. Een kleine groep tweedegeneratieallochtonen heeft geen enkele binding met Nederland en heeft bovendien het gevoel dat ze niets te verliezen hebben.

„Mijn film is niet bedoeld om een antwoord te geven op deze problemen, eerder als een constatering dat de problemen bestaan. Nu kunnen mensen niet meer zeggen dat ze niet wisten dat het bestond.

„Majid en zijn vriend Adil zijn als de alfa- en betawolf, de leider en de adjudant. De betawolf wacht af tot die ene dag waarop de alfawolf zwak is, zoals het in de natuur ook gaat. De film zit vol dingetjes die zijn overgenomen uit het roedelsysteem van wolven: de regels van de straat zijn hetzelfde als in de natuur. Net als een wolf houdt Majid iedereen vanuit zijn ooghoeken in de gaten.

„Ook Othello was een inspiratiebron, met Adil als Iago en Majid als Othello. Adils jaloezie en zijn verraad zijn die van een tweede man, een luitenant die gefrustreerd is geraakt. Maar ik wil mijn publiek niet vervelen met die verwijzing, daar zit niemand op te wachten. Het zit erin voor mezelf en voor wie het wil zien. Ik wil het niet in je gezicht wrijven.

„De première van Rabat was in Tuschinski. We hadden ook Willem-Alexander en Máxima uitgenodigd, toen nog prins en prinses. Een paar maanden ervoor waren ze nog bij de première van Nova Zembla aanwezig geweest. Ze kwamen niet naar Rabat en daar was ik best teleurgesteld over. Want Rabat gaat net zoveel, misschien zelfs wel meer, over hun onderdanen, hun mede-Nederlanders, dan Nova Zembla. Die film speelt zich 500 jaar geleden af en heeft een geromantiseerde blik op het verleden. Want laten we eerlijk zijn: Nederlandse zeevaarders gingen naar Nova Zembla om een route te vinden om in andere landen te kunnen stelen, het was geen ontdekkingsreis om de wereld in kaart te brengen.

Als Willem-Alexander naar Rabat was gekomen had hij meer te weten kunnen komen over zijn land zoals dat nu is. Wat weet hij nou van dit soort jongens? Hij is ook hun koning. Hoeveel Antillianen, Surinamers of Marokkanen zou hij kennen, los van die pr-stunts waar hij wat Surinaamse vrouwen een hand geeft, zoals bij de viering van 150 jaar bevrijding van slavernij, terwijl toen niet eens excuses zijn aangeboden.”