‘Den Haag telt meeste energieproducenten’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

De aanleiding

Wegens de gemeenteraadsverkiezingen volgend jaar publiceerde D66 in Den Haag vorige week alvast een conceptverkiezingsprogramma. Daarin staat onder het kopje ‘Duurzame energie’ dat de stad in 2040 klimaatneutraal moet zijn. Den Haag is op de goede weg, want ‘nergens in Nederland wekken meer mensen zelf energie op dan in Den Haag’, aldus de voorlopige tekst. Lezer Gerard van den Ende mailde next.checkt met de vraag of deze bewering uit het programma klopt.

Waar is het op gebaseerd?

In augustus publiceerde Stedin, beheerder van het elektriciteitsnet in Utrecht en Zuid-Holland, een overzicht van steden met de meeste installaties voor duurzame teruglevering van energie. Daaronder vallen zonnepanelen, warmtepompen, windmolens en (energieopwekkende) HRe-ketels waarmee bedrijven en particulieren energie kunnen teruggeven aan het elektriciteitsnet. Volgens Stedin zijn er vooral in Den Haag en Amersfoort, steden dus in de regio van Stedin, veel van zulke kleinschalige energieproducenten. „Geen toeval”, aldus de netbeheerder in zijn persuitingen.

De stedenlijst is gebaseerd op het aantal aansluitingen in de database van het Productinstallatieregister (PIR) dat wordt beheerd door EDSN (Energie Data Services Nederland) in opdracht van alle netbeheerders. Daarin staat voor elke Nederlandse postcode het aantal ‘productinstallaties’ en het geleverde vermogen genoemd. Met die data heeft Stedin een eigen analyse uitgevoerd waaruit naar voren komt dat in Den Haag de meeste aansluitingen zijn geregistreerd: 2.273. Utrecht (1.342) en Amersfoort (1.311) staan op plek twee en drie.

Omdat mensen bij registratie ook opgeven hoeveel vermogen de installatie kan leveren, is Stedin in staat te berekenen hoeveel ongeveer wordt teruggeleverd aan het net, en hoeveel een bedrijf of huishouden zelf verbruikt. Volgens de analyse is het vermogen het hoogst in Zeewolde (3.912 kWp), gevolgd door Amsterdam (3.900 kWp) en Den Haag (3.392 kWp). Hieruit kun je afleiden dat Den Haag vooral veel kleine installaties telt (met name zonnepanelen). Zeewolde, winderig en weids, telt ‘slechts’ 120 geregistreerde installaties. Dat zijn vooral windmolens die veel meer energie kunnen teruggeven aan het net dan zonnepanelen.

En, klopt het?

Eind juli telde Nederland volgens EDSN in totaal 95.486 geregistreerde installaties waarvan het leeuwendeel (93.233) zonnepaneel. Maar niet alle installaties staan in het Productinstallatieregister waarop Stedin zich baseert. Het register bestaat sinds 2011 en is in het leven geroepen om vraag en aanbod in het elektriciteitsnet beter op elkaar te kunnen afstemmen. Netbeheerders proberen met campagnes en een website (energieleveren.nl) de bekendheid van het register te vergroten. Ook krijg je een ‘slimme meter’ cadeau als je je registreert. Wettelijk is registratie zelfs verplicht als je energie teruglevert aan het net.

Toch is de kans klein dat de innovators, mensen die pakweg vijf jaar geleden al zonnepanelen op hun dak plaatsten, zich alsnog hebben aangemeld. Het register is bij velen onbekend en registratie is weliswaar verplicht, maar er staat geen sanctie op niet aanmelden. Ook komt het volgens EDSN nog voor dat woningcorporaties hele straten van zonnepanelen voorzien zonder dat te melden.

Willen we weten of Den Haag inderdaad de meeste energieopwekkende installaties telt, dan moeten we weten hoe compleet het register is. Volgens een woordvoerder van Stedin is het register redelijk compleet: „Onze inschatting is dat we 90-95 procent van alle installaties in onze database hebben. Dit is gebaseerd op steekproeven die we periodiek uitvoeren. En we zijn continu bezig om te kijken hoe we de dekking kunnen verhogen, in samenwerking met woningcorporaties en gemeenten.”

Maar volgens een woordvoerder van EDSN, dat het register beheert, is die inschatting moeilijk te maken. Met de genoemde steekproeven is EDSN niet bekend en aan percentages durft de organisatie zich niet te wagen. Het is ook mogelijk dat in het register hooguit 60 of 70 procent van alle installaties zijn gemeld. En ook het CBS, dat een eigen meetmethode hanteert, kan de inschatting niet zomaar maken.

Conclusie

Volgens het conceptverkiezingsprogramma van de lokale D66 zijn er ‘nergens in Nederland meer mensen die zelf energie opwekken dan in Den Haag’. Inderdaad telt Den Haag volgens het Productinstallatieregister de meeste installaties – vooral zonnepanelen. Onduidelijk is echter hoe compleet het register is. We beoordelen de bewering daarom als ongefundeerd.

Freek Schravesande