De yup is terug – en het moralisme eveneens

Dertig jaar geleden, toen de wereld ook zuchtte onder een diepe economische crisis, was hij daar opeens: de yup (Young Urban Professional). Hij stond al snel synoniem voor jonge mensen die niet vies waren van geld, sociale status, mooie kleren en peperdure appartementen. Ondanks hun nietsontziende jacht op vergroting van hun toch al aanzienlijke welvaart, hadden ze genoeg tijd om uitgebreid met hun soortgenoten te brunchen en meermalen per dag de sportschool te bezoeken. Coke was hun brandstof, de stad hun jachtterrein. Consumentisme en alle overige zegeningen van het kapitalisme zagen ze als de natuurlijke staat van zijn. Wie niet mee kon komen met de Amerikaanse droom was een sukkel.

De yuppie kwam op in het tijdperk van reaganomics en Lubbers’ ‘Nederland is ziek’. Menigeen lachte om Alex (Michael J. Fox) die met zijn republikeinse overtuigingen in de sitcom Family Ties zijn babyboomouders, voormalig hippies, tegen de haren in streek.

Hollywood, grotendeels gerund door yuppies, omarmde de yup, met als bekendste rolmodel Gordon Gekko (Michael Douglas) in Wall Street. Diens credo ‘Greed is good’ is nog steeds een gevleugelde uitdrukking. Toen in 2000 eindelijk Brett Easton Ellis’ American Psycho (1991) werd verfilmd, hét boek over het hedonisme en de leegte van de jaren tachtig, was het vooral lachen om de ijdele yup die ’s nachts op gruwelijke wijze onschuldige vrouwen vermoordt en overdag discussieert over mooie visitekaartjes. Toen American Psycho in de boekhandel verscheen, was de yup overigens alweer zo goed als verdwenen, daar had de beurscrash van 1987 wel voor gezorgd.

Hoewel het vijf jaar geleden is dat de bank Lehman Brothers viel en de kredietcrisis begon, blijkt de yup nog springlevend. In het weinig paranoïde Paranoia valt de ambitieuze Adam, zoon van een zieke arbeider, al snel voor de verlokkingen van het grootkapitaal als hij voor veel geld bij een concurrerend technologiebedrijf gaat spioneren. Hij verruilt zijn T-shirt en spijkerbroek voor strakke maatpakken, scoort een sexy vriendin en frequenteert nachtclubs waar dure champagne wordt geschonken terwijl de gladde techno van de Nederlander Junkie XL op de geluidsband klinkt.

Als hij van zijn bemiddelde baas een supermodern appartement in Manhattan krijgt, is hij in de zevende hemel. Maar toch knaagt er iets. Zo verloochent hij in een echo van Wall Street , waarin Charlie Sheen aanvankelijk hetzelfde overkomt, meermalen de eenvoudige levensfilosofie van zijn vader die altijd een eerlijke, harde werker is geweest. En net zoals yup Charlie Babbitt (Tom Cruise) in Rain Man leert dat er belangrijker zaken zijn dan dure geïmporteerde sportwagens, doet Adam dat ook. Zoals de meeste yuppenfilms eindigt Paranoia moralistisch. Want hoe gelukkig maakt geld nou eigenlijk? Zijn vriendschap en liefde uiteindelijk niet veel belangrijker?