Dat nieuwe asielbeleid is niet menselijker...

Staatssecretaris Teeven kondigt een ‘humaner’ asielbeleid aan, maar er verandert maar weinig, betoogt Thomas Spijkerboer.

illustratie milo

Staatssecretaris Teeven stuurde vrijdag een brief over het asielbeleid naar de Tweede Kamer. Maar aan de meeste problemen doet hij vrijwel niets. Over vreemdelingendetentie zegt hij weinig meer dan dat hij zich voortaan aan de wet wil gaan houden. Want wat waren de problemen? En met welke voorstellen komt de staatssecretaris?

De Nederlandse asielprocedure is qua uitkomst niet betrouwbaar. Een asielzoeker uit voormalig Joegoslavië werd, blijkens het radioprogramma Argos, na uitzetting vermoord uit wraak omdat zijn broer getuige was bij het Joegoslavië-Tribunaal – de IND dacht dat dat wel los zou lopen. Uit uitspraken van Nederlandse en Europese rechters bleek dat Somaliërs in 2012 asiel hadden moeten krijgen, wat Nederland niet deed. Nederland weet zich geen raad met uitgeprocedeerde asielzoekers die niet kunnen worden uitgezet. Dit onvermogen wordt afgewenteld op de asielzoekers zelf. Normaliter slapen zij onder de brug, sinds twee jaar stelt een aantal van hen dit aan de kaak door actie te voeren.

De zelfmoord van de Russische asielzoeker Dolmatov en de daaropvolgende hongerstakingsacties onderstreepten dat er met de praktijk van vreemdelingenbewaring iets grondig mis is. Dolmatov had überhaupt nooit in vreemdelingenbewaring gemogen, hij was nog in procedure. Detentie was niet als ultimum remedium, als laatste redmiddel, gebruikt, maar als vanzelfsprekendheid. Er was niet behoorlijk onderzocht of hij, suïcidaal als hij was, detentiegeschikt was. En hij werd onder het verkeerde regime geplaatst, waardoor hij beschikking had over een koord en een scheermesje.

Wat kondigt Teeven aan? Aan de asielprocedure wordt geen jota veranderd. De kritiek van de kinderombudsman over de gezinshereniging voor vluchtelingen slaat de staatssecretaris in de wind. Het buitenschuldbeleid (voor asielzoekers die buiten hun schuld niet terug kunnen keren naar het land van herkomst) wordt miniem bijgesteld. Aan de opvang na afloop van de asielprocedure verandert niets.

Alleen bij de vreemdelingenbewaring wordt een koerswijziging gemaakt. Maar dat Teeven de vreemdelingendetentie nu alleen als laatste redmiddel gaat gebruiken, kondigde hij al om de haverklap aan. Toch staan de criteria daarvoor al sinds 1966 in de Vreemdelingenwet. Dat Teeven het nu echt anders wil doen, onderstreept hij door het aantal cellen te halveren. Dat leidt vanzelf tot beperktere toepassing van vreemdelingenbewaring.

Behalve de koerswijziging bij de vreemdelingenbewaring bevat de 57 pagina’s tellende brief vooral wollige taal. Het beleidsvoornemen om „vreemdelingen in hun kracht te zetten” (het staat er echt) doet smachten naar Fred-de-houwdegen-Teeven. In feite wordt een al voorgenomen bezuiniging op de kosten van detentie uitgeserveerd als humanisering van het hele vreemdelingen- en asielbeleid.