Bezuinigen zonder minder uit te geven

De overheid geeft weer te veel uit. Het CPB en de Raad van State twijfelen over de bezuinigingen.

Ministers van Financiën houden het graag eenvoudig. Zo ook Jeroen Dijsselbloem in de Miljoenennota. Nederland geeft nu 55 miljoen euro per dag meer uit dan er binnenkomt. En de overheid geeft 5 procent meer uit dan vóór de crisis in 2008; tegelijkertijd zijn de inkomsten met 3 procent teruggelopen.

Er moet dus echt iets met de overheidsfinanciën gebeuren, is de boodschap. En wel met oog voor de economische en sociale gevolgen. Dat is de missie van het kabinet-Rutte II dat gisteren zijn eerste begroting indiende.

De opdracht is niet gemakkelijk. We bezuinigen immers al jaren zonder dat het zoden aan de dijk lijkt te zetten. Sinds het eerste kabinet-Rutte (VVD/CDA, met steun van de PVV) in 2010 aantrad, is er tot 2017 voor zo’n 50 miljard euro aan maatregelen getroffen om het tekort te beperken. Maar ondanks al die bezuinigingen en lastenverzwaringen dalen de uitgaven nog altijd niet, „maar groeien ze minder snel”, aldus de Miljoenennota.

Ook komend jaar dreigde het overheidstekort te ontsporen doordat de Nederlandse economie niet aantrekt. De oorzaken passeren de revue: de relatief grote financiële sector is hard geraakt en de huiverige consument is bezorgd over werk, huis en pensioen.

En dus moest het kabinet opnieuw ad hoc-maatregelen presenteren die het overheidssaldo verbeteren. En dan nog komt Dijsselbloem volgend jaar 20 miljard euro tekort, wat gelijk staat aan 3,3 procent van het bbp.

Ondanks de zes miljard euro aan extra maatregelen probeert het kabinet een stap te zetten naar „duurzame economische groei”, inclusief „eerlijke inkomensdeling”. De Miljoenennota staat uitgebreid stil bij de nieuwste maatregelen. Natuurlijk zijn er belastingverhogingen die de economische groei aantasten. De inkomstenbelasting stijgt met bijna 1 miljard, de eenmalige crisisheffing voor werkgevers wordt verlengd (500 miljoen), terwijl ontwikkelingssamenwerking, natuur en lagere overheden nog eens een half miljard inleveren. Verder wordt 750 miljoen euro bezuinigd op de ambtenarensalarissen, zonder de term nullijn te gebruiken. In ruil voor soberder secundaire arbeidsvoorwaarden kunnen de lonen omhoog. Ook kunnen sommige budgetten voor 2015 naar voren worden gehaald.

Ondanks al deze pijnlijke maatregelen blijft de groei grotendeels overeind: het Centraal Planbureau verwachtte aanvankelijk een groei van 0,75 procent en dit pakket snoept er slechts een kwart procent vanaf. Dat valt mee bij een pakket van per saldo zes miljard aan maatregelen.

Hoe kan dat? Onder meer door de verschillende maatregelen die de lastenverzwaringen kunnen compenseren. Een al veel geprezen vondst is de mogelijkheid om het geld in zogeheten stamrecht-bv’s – meestal ontslagvergoedingen – tegen een fiscaal vriendelijk tarief los te krijgen. Dergelijke bv’s kunnen vanaf volgend jaar niet meer worden opgezet. Die twee ingrepen leveren 2 miljard euro op, zonder dat dit de economie op de korte termijn schaadt. De snellere verhoging van de arbeidskorting – wat eerder belastingvoordeel oplevert – kan stimulerend werken. Maar deze verlichting (785 miljoen) weegt niet op tegen de belastingverhogingen voor komend jaar.

Niet alle maatregelen zijn even hard. Veel bezuinigingen, bijna 1,5 miljard, worden op de zorg gehaald. Doel van het eerder gesloten zorgakkoord is een meer ‘zuinige zorg’, maar het CPB heeft hier twijfels over. Het zorgakkoord bevat „nauwelijks concrete maatregelen”. Toch rekent het planbureau deze bezuiniging mee, omdat het geen „eenzijdig voornemen” is, maar een afspraak tussen partijen in de zorg.

Zal Europees begrotingscommissaris Olli Rehn de bezuinigingen stevig genoeg vinden? In november komt hij met zijn oordeel. „Dat wordt dan besproken met de ministers van Financiën van de eurolanden”, zei Dijsselbloem, voorzitter van de eurogroep. En, lachend: „Dus dat zit wel goed.”