Wie is de eigenaar van al dat moois?

Toch raar dat het advies van de commissie over behoorlijk bestuur in maatschappelijke sectoren als woningcorporaties, zorginstellingen en scholen zo’n slechte pers heeft gehad. Het advies van de commissie onder leiding van Femke Halsema (voormalig partijleider van GroenLinks) is om te beginnen plezierig opgeschreven. Hoeveel rapporten over de zogeheten semipublieke sector lees je nog waarin Martinus Nijhoff en Godfried Bomans worden geciteerd?

De commissie komt, en dat is ook leuk, zeker gezien de titel Een lastig gesprek, niet tegemoet aan de opdracht van minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD), die voortvloeit uit het regeerakkoord. Het regeerakkoord belooft verbeterde ordening en bestuur in de semipublieke sector.

De critici hadden kennelijk verwacht en het kabinet had misschien gehoopt dat de commissie een lijst normen en waarden zou produceren, bovenop de gedragscodes die in deze sectoren al gelden. Daar is geen behoefte aan.

Het plezierige in het rapport is ook de erkenning dat er geen waterdichte oplossingen zijn om herhaling van financiële ontsporingen bij zorgorganisaties (Meavita), woningcorporaties (Vestia en andere), scholen (Amarantis, InHolland) in te voorkomen. Het kwaad zit in de mens.

Het rapport geeft soms hoog op van het bestuur buiten de semipublieke sfeer en de krachten die het bedrijfsleven disciplineren. Dat hoeft niet. Ook daar gaat van alles mis: fraudes, falende investeringen, mislukte fusies.

De commissie-Halsema doet zinnige en minder zinnige aanbevelingen. In de tweede categorie valt het advies om de accountant de toekomstverwachtingen van organisaties te laten beoordelen. Dat overschat zijn rol en de accountant kijkt gezien aansprakelijkheid wel beter uit. Wel zinnig is de afbakening van de taken van al deze organisaties. Duidelijkheid voor alles. Is een school ook een opvoeder? Moet een woningcorporatie ook schuldhulpverlening doen? Zeker zinnig is de opdracht aan kabinet en parlement tot wettelijke verankering van de taak van een raad van toezicht.

Toch mist het rapport iets. Radicaliteit. De hamvraag is: van wie zijn ziekenhuizen, scholen of woningcorporaties. De commissie antwoordt: het eigenaarsschap ligt bij de burgers die van de diensten gebruikmaken en het onderwijs, de gezondheidszorg enzovoorts zijn „gedeeld, gemeenschappelijk bezit van de burgers”. Maar zo makkelijk is het niet. Een essentie van eigendom is dat je het bezit kunt verkopen. Dat is bij semipublieke organisaties en hun diensten juist onmogelijk. Je kunt zelfs meestal niet dezelfde dienst (onderwijs, zorg, betaalbare woning) elders kopen als je ontevreden bent. Semipublieke organisaties zijn monopolist bij u in de buurt. Het eigendom blijft op deze manier diffuus.

Wie de burger centraal wil stellen, ontkomt niet aan twee simpele oplossingen. De eerste is een verbod op de stichting als juridische organisatievorm. Zorginstellingen, woningscorporaties. Bijna allemaal stichtingen. Maar de stichting in pure vorm is een ondemocratisch gedrocht waarin coöptatie van bestuurders de norm is. Alle ingewikkelde oplossingen van de commissie-Halsema om medezeggenschap van burgers, werknemers en anderen te vergroten zijn onnodig als je van al die stichtingen verenigingen maakt. Of gebruikerscoöperaties. Of bv’s met aandeelhouders. Breng het eigendom naar de burgers toe.

De tweede oplossing is drastische schaalverkleining. Grote complexe conglomeraten werken vervreemding in de hand, jagen beloningen omhoog, zadelen de samenleving op met hoge kosten als het misloopt en trekken bestuurders die liever zelf ‘ondernemen’ dan anderen ruim baan geven voor hun vakmanschap, zoals leraren en verzorgenden.

Opbreken die zorg-, onderwijs- en woningconglomeraten.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.