Werkloos in 1983: Ellie Kemper (toen 32)

Ze wilde „per se” werken. Die studie had ze immers niet voor niets gedaan. Ellie Kemper rondde in 1984 haar hogere managementopleiding verpleegkunde af. Daarmee kon ze leidinggevende worden in een ziekenhuis of bejaardentehuis. Kemper had er zin in.

Er was één probleem: vacatures waren er nauwelijks. Ondanks dat ze „uitbundig” solliciteerde, lukte het Kemper niet ertussen te komen. Dus in plaats van een salaris, moest ze na haar studie leven van een werkloosheidsuitkering. „Die was toen wel heel makkelijk te krijgen”, herinnert ze zich. „En het was niet weinig, hoor. Zo’n 1.050 gulden per maand. Daar kon ik toen prima van rondkomen.”

Maar ook zonder financiële nood werd Kemper al gauw „een beetje depri” van het thuis zitten. Ze miste het dagelijkse contact met collega’s. „En in die tijd was er ook nog geen internet, hè. Ik miste de verbondenheid met de samenleving.” En dus volgde ze cursussen en solliciteerde ze op wat ze maar vinden kon.

Mislukt heeft ze zich als werkloze niet gevoeld. Maar ze was dan ook niet de enige zonder baan. Er werden in die tijd een hoop protestbijeenkomsten georganiseerd, herinnert ze zich. „Mensen stonden met spandoeken op pleinen. De vakbonden waren toen ook nog veel actiever. Met vrienden discussieerden we over het recht op arbeid. Dat was toen de cultuur – een hoop engagement. We steunden elkaar.”

Nu hoort ze nooit meer over mensen dat ze werkloos zijn. Terwijl die toch wel degelijk bestaan. „Ik denk dat het meer taboe is geworden. Iedereen wil succesvol zijn.” Ze is even stil. „Misschien sta ik te ver van de jeugd af, hoor. Maar dat is in ieder geval de indruk die ik heb.”

Na een half jaar, begin 1985, vond Kemper toch werk. Als trainer conflict- en crisisinterventie bij de politieschool. Niet het vak waar ze voor gestudeerd had, in de ogen van anderen een stap terug op de carrièreladder en niet in de buurt van haar woonplaats. Maar wél een baan. En dat was tenslotte wat ze zo graag wilde.