Wat erg. Wat saai. Het is Prinsjesdag

Hoe kijkt een nieuwe Nederlander aan tegen Prinsjesdag? Rodaan Al Galidi concludeert dat alle Nederlanders prinsjes zijn.

Na het lezen van Hamlet, hij was een prins, vroeg ik mijn geschiedenisleraar wat ‘prins’ betekent. „Als de mens niet bang hoeft te zijn voor armoede of de geheime dienst, als hij vol leegte en verveling is en meer keuze heeft dan energie en tijd, dan is hij een prins”, zei hij. Dat herinner ik me bij Prinsjesdag, en dan vraag ik me af hoeveel prinsen en prinsessen er in Nederland zijn. Zestien miljoen. Want welk probleem heeft een Nederlander? Dat hij nog niet echt honger heeft om te eten? Dat de film niet eng genoeg is om bang te zijn? Een Nederlander loopt triest langs en als je vraagt waarom, blijkt dat zijn laptop niet startte en dat hij nu de foto’s van twee weken vakantie in Frankrijk kwijt is. Nederlanders zijn helaas geen volk meer, maar een massa van prinsen en prinsessen, vol verveling en gezeur. Eigenlijk is de enige persoon die ik ontmoette die geen prins of prinses was, prinses Laurentien tijdens de uitreiking in Brussel van de Europese Unie Prijs voor de Letteren, want na twee uur verveling in een zaal was zij niet verveeld.

Vandaag weer een Prinsjesdag. Wat erg. Wat saai. Tijdens Koninginnedag – of tegenwoordig Koningsdag – kun je de rommel van anderen zien. Er zijn genoeg redenen om over je eigen rommel te praten, je rommel te verkopen of op de stoep achter te laten. Je kunt de rommel van anderen bekijken of kopen en dat is leuk. Maar wat is er in hemelsnaam leuk aan Prinsjesdag?

Ik als vreemdeling was tijdens mijn eerste jaar in Nederland erg nieuwsgierig naar Prinsjesdag. Ik vond Koninginnedag geweldig, die dag gaf mij de mogelijkheid met duizenden Nederlanders op één dag te praten, terwijl dat op een gewone dag onmogelijk is. Dat is zelfs in een jaar tijd niet haalbaar, want Nederlanders zijn een haastig, moeilijk, autistisch, spiritueel volk, en het volk dat het meest open is over hun geslotenheid. Daarom was Koninginnedag voor mij een magische gebeurtenis en kon ik bijna niet wachten op Prinsjesdag. Maar zelfs met mijn enorme nieuwsgierigheid kon ik die eerste Prinsjesdag die ik meemaakte niets mooi vinden. Behalve de koets, want met een kwart van dat goud kon ik zeker een villa in Spanje kopen, dacht ik. Ik moet zeggen dat ik ook onder de indruk was van de paarden, want zij waren de enige die leefden in de stoet. Op mijn tweede Prinsjesdag wilde ik iets anders zien, iets leuks ontdekken, maar het enige wat ik zag, en dat vond ik erg jammer, was dat de paarden ook dood waren, want zelfs als een paard jarenlang dat doodsaaie protocol doorloopt, is hij dood, zo niet lichamelijk, dan zeker geestelijk.

Uniformen, lakeien en hoedjes

Ja, de Nederlanders zijn de geniaalste mensen op aarde in regelen. Ze kunnen alles regelen, letterlijk alles. Ik sprak ooit een hoer. „Voor mij is Nederland het veiligste en beste land om als prostituee te werken, want alles is geregeld en daarom is het veilig”, zei ze tegen mij. Ik kende een Hollander die drie maanden voor de dood van zijn moeder alles al had geregeld, zelfs de tekst op het kaartje, zijn toespraak bij de crematie en de grafsteen (zonder datum, alhoewel hij er niet ver naast had gezeten als hij het wel al had laten ingraveren) en de tijd voor koffie, thee en cake na de crematie. Nederlanders regelen zelfs het einde van het leven, en de dood en de begrafenis en daarna. Ze regelen dus alles, ik had me alleen niet kunnen voorstellen dat ze ook het Niets konden regelen. Maar Prinsjesdag is het bewijs dat de Nederlanders ook dat kunnen. Als je goed zoekt op Prinsjesdag en goed luistert, zul je niets zien en niets horen. Ik schrijf dit stuk een dag ervoor, maar kan je precies vertellen wat er gebeurt: een lange stoet met paarden, compagnies, commandanten. Dezelfde uniformen (gewassen en gestreken), rijtuigen, lakeien, uiteraard de koets met de koning en de koningin. Niet alleen ik weet dat, een alcoholische mus in een boom aan het Noordeinde kan het je ook vertellen, want hij maakt het elk jaar mee. Ze rijden over hetzelfde Lange Voorhout en betreden het Binnenhof door de eeuwige Mauritspoort. De koning neemt plaats op dezelfde troon, de Troonrede begint met dezelfde woorden. Dezelfde hoedjes, dezelfde gesprekken over de hoedjes, dezelfde veren van dezelfde vogels. Ik ben wel een beetje bang dat het hart van koning Willem-Alexander zal breken tijdens zijn eerste Prinsjesdag, want straks roepen ze, uit gewoonte en traditiegetrouw, en omdat deze dag alles hetzelfde moet zijn (zelfs de drie hoera’s na afloop mogen er geen drie en een half zijn), nog „lang leve de koningin”, in plaats van „leve de koning”.

Moet je nagaan, op zo’n saaie dag, draagt de koning de Troontrede voor en ik daag je uit of hij één mooie zin zal zeggen. Het zal alleen maar gaan over het slechte nieuws, de crisis en de bezuinigingen. Ja, het zal zeker een saaie dag zijn en het zal nooit minder saai worden, daarover gaan we niet in discussie. Op een dag stelde iemand de vraag: Als God alles kan, kan Hij dan een steen scheppen die Hij niet kan dragen? Het was een moeilijke vraag, want als God dat kon, dat kon hij niet alles en als hij het niet kon, kan hij ook niet alles. Ik zeg nu dat de Nederlanders alles kunnen regelen, maar kunnen ze Prinsjesdag nog saaier maken? Ik denk het niet.