Slachtoffers bitumenkartel staan nog met lege handen

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: kartelslachtoffers en grensarbeiders.

Foto Rien zilvold

Kartel ontmanteld en deelnemers bestraft, maar hoe gaat het verder met slachtoffers?

De Europese Commissie legde in 2006 aan een reeks olieconcerns en grote wegenbouwers boetes op, omdat ze acht jaar lang (1994-2002) verboden prijsafspraken hadden gemaakt over bitumen (bijproduct in de olieraffinage en grondstof voor asfalt. De Commissie maakte alleen een gekuiste versie van haar ‘bitumenbeschikking’ openbaar.

De schade voor opdrachtgevers en fiscus werd geschat op 250 miljoen euro. Nederland verzocht de Commissie om de volledige versie van de beschikking. Daarmee hoopte Nederland sterker te staan bij specifieke schadeclaims tegen karteldeelnemers. Maar de Commissie verstrekte die niet.

Tegen die weigering tekende Nederland beroep aan bij het Hof van Justitie van de EU. Het EU-gerecht, onderdeel van het Hof, wees het Nederlandse beroep vorige week af. Het Gerecht onderkent het belang van zoveel mogelijk transparantie bij besluiten van overheidsorganen. Maar het tilt zwaarder aan de geheimhoudingsplicht die deze organen horen te eerbiedigen in procedures waarbij inbreuken op het mededingingsrecht worden bestraft.

Het Gerecht noemt vier argumenten die de geheimhouding billijken: het gaat om gevoelige commerciële informatie, potentiële kartelklikkers moeten niet worden ontmoedigd en de Commissie mag de informatie alleen gebruiken voor het doel waarvoor zij is ingewonnen (bestraffen van kartels). Ten slotte wijst het Gerecht erop dat de Nederlandse rechter bij concrete rechtszaken over schadevergoeding aan slachtoffers van kartels altijd nog de bijstand van de Europese Commissie kan inroepen om vertrouwelijke informatie en documenten te overleggen.

Daarmee ligt die bal, elf jaar na het oprollen van het kartel, andermaal bij de gedupeerden.