Politicus oppositiepartij Bangladesh krijgt doodstraf

Abdul Qader Mollah na zijn veroordeling tot levenslang in februari Foto Reuters

Het Hooggerechtshof in Bangladesh heeft een belangrijke politicus van een oppositiepartij ter dood veroordeeld vanwege misdaden tegen de mensheid tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in 1971. Abdul Qader Mollah, lid van de Jamaat-e-Islami-partij, kreeg in februari nog een levenslange gevangenisstraf.

Dat meldt persbureau AP. Mollah stond terecht voor moord op 344 mensen, verkrachting van een elfjarig meisje en de onthoofding van een befaamde dichter.

Er ontstonden in februari protesten in het land vanwege de straf die Mollah kreeg. Die zou niet zwaar genoeg zijn geweest. Zowel de aanklager als de verdediging ging in beroep. Mollah’s aanhangers vonden dat de zaak tegen hem een politiek motief had.

Bangladesh scheidde zich in 1971 af van Pakistan. Jamaat-e-Islami was daartegen.

Andere belangrijke politicus Jawaat al eerder ter dood veroordeeld

In mei werd een andere belangrijke politicus van de grootste islamitische partij in Bangladesh ook al veroordeeld tot de doodstraf. Muhammad Kamaruzzaman werd veroordeeld voor massamoord, verkrachting, marteling en kidnapping. De veroordeling van Muhammad Kamaruzzaman was toen al de vierde uitspraak van het oorlogstribunaal dit jaar.

Delwar Hossain Sayedee, vicepresident van Jamaat, kreeg daarnaast eerder net als Kamaruzzaman de doodstraf. En Abdul Kalam Azad, een presentator van islamitische televisieprogramma’s, werd bij verstek ter dood veroordeeld wegens de moord op zes hindoes en de verkrachting van hindoevrouwen.

“Tribunaal kwetsbaar voor kritiek over politieke afrekening”

Azië-redacteur Floris van Straaten schreef eerder dit jaar over de straffen van het tribunaal:

Al twee decennia zijn de huidige premier Sheikh Hasina van de Awami League en oppositieleider Khaleda Zia in een bittere, improductieve strijd met elkaar gewikkeld. Af en toe wisselen ze van positie maar een constante is dat ze – eenmaal aan het bewind – hun rivaal zoveel mogelijk pesten. Via rechtszaken over corruptie of anderszins. Maar de omstandigheid dat zich onder de tien verdachten acht leidende figuren uit Jamaat-e-Islami bevinden en twee BNP’ers maakt het tribunaal kwetsbaar voor kritiek dat het slechts gaat om een politieke afrekening. Ook het feit dat de regering weigerde het tribunaal een internationaal karakter te geven en aanwijzingen dat ze druk uitoefent op de rechters hebben de geloofwaardigheid niet vergroot.”