‘Mijn pilsje zal ik straks ook nog wel moeten inleveren’

Foto’s Ilvy Njiokiktjien

[1] Ria Faber (78) uit Amsterdam heeft in de verzorging gewerkt tot ze huisvrouw werd en moeder van vier kinderen. Ze wordt verdrietig van de bezuinigingen. „Ik vind het een beetje droevig. Daar heb je dan je hele leven voor gewerkt. Ik ben 53 jaar getrouwd, mijn man is ambtenaar geweest. Op ons pensioen is nog niet gekort, maar als het zo doorgaat gaan we het wel voelen.”

[2] Leo Touw (64) uit Etten-Leur, werkte 40 jaar bij Bureau Jeugdzorg met pubers. Sinds 2,5 jaar zit hij in de vut. Hij presenteert voor Nostalgienet het radioprogramma Hot jazz & swing. „Op 20 november word ik 65. Eerst krijg ik een maand niets (in verband met de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd) en dan aan het eind van de maand 275 euro. Daar wist ik niets van. Mijn pensioen is ook al 300 euro netto per maand minder geworden. Mijn pensioenfonds heeft een dekkingsgraad van 104 procent, daar ben ik niet bang voor. Dat volg ik wel, ja, ik bekijk elke maand het overzicht van mijn pensioenfonds.

„Volgens de plannen van vandaag gaat er per 1 januari weer 1,5 procent af voor mensen met een pensioen. Zijn wij de volgende generatie die moet bloeden? Je kunt wel lachend allerlei maatregelen verkopen, maar zo werkt het niet, mensen worden toch boos. 65-plussers hebben geld zat, hoor je dan. Hoezo? Ik ben steeds weer aan het bijstellen. Nu gooi ik de abonnementen eruit. Tijdschriften over computers, over kamperen. Ik ga volgend jaar wel op de bonnefooi naar Frankrijk.”

[3] Marja de Gooijer (55) uit Amsterdam werkt op een gesloten afdeling voor zwaar demente ouderen. Ze merkt de bezuinigingen vooral op haar werk, zegt ze. „Het wordt steeds zwaarder. Je kunt mensen niet meer de aandacht geven die je hun vroeger gaf. Met mijn pensioen hou ik me nog niet bezig. Ik zie het wel. Wie dan leeft, wie dan zorgt.”

Nico van Gasteren uit IJsselstein (68) is gepensioneerd boekhouder. Hij ging op zijn zestigste met de vut. „Het korten is al een paar jaar bezig”, zegt hij. „De huur gaat gewoon door, het pensioen steeds een stukje achteruit. De huur is dit jaar drie tientjes omhoog gegaan. Het is nu 700 zoveel, ik durf niet meer te kijken. Het is begonnen met 675 gúlden. Dat was dertig jaar geleden.

„Het is nu zo dat je moet gaan kijken waar de koffie voordelig is. Sinds een paar jaar lees ik de folders van de supermarkten. Daar heb ik ook alle tijd voor, hoor. Ik kan nou nog een pilsje drinken ’s avonds, maar dat zal ik ook wel moeten inleveren.”