Column

In Hafez’ voetsporen

Eigenlijk had ik het vandaag willen hebben over de begrafenis van Hafez al-Assad in 2000. Bashars vader. Ook zo’n democraat. Hij was verantwoordelijk voor het bloedbad van Hama in 1982. De stad was bolwerk van de fundamentalistische Moslimbroederschap die in opstand was gekomen tegen de regering. Assad wist er wel raad mee. Syrische regeringstroepen en speciale eenheden belegerden en bombardeerden de stad 27 dagen lang, waarbij grote delen van het oude centrum werden platgelegd. Er vielen tussen de 10.000 en 40.000 doden, grotendeels burgers. Het oude centrum werd een parkeerterrein.

Dat verhinderde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright niet om naar zijn begrafenis te gaan, en, aldus de officiële tekst, de condoleances van president Clinton en het Amerikaanse volk over te brengen aan dr. Bashar Assad en het volk van Syrië. Of Bashar iemand was met wie de VS zaken konden doen, vroeg een journalist op een persconferentie in Damascus. „Ik wil afwachten wat het Syrische volk en het [opvolgings]proces besluiten, maar ik was erg bemoedigd door zijn verlangen om in de voetsporen van zijn vader te treden”, zei Albright. Zou ze nog weleens aan die onbedoeld profetische woorden terugdenken?

Maar bij nader inzien wil ik terugkomen op de Libische situatie. Weet u nog wel, daar hebben westerse en Arabische landen twee jaar geleden een groot succes behaald, juichten ze zelf, toen ze met wapenleveranties en luchtaanvallen de rebellen in staat stelden om Moammar Gaddafi’s regime ten val te brengen. De rebellenmilities weigerden vervolgens hun wapens in te leveren, en de op basis van democratische verkiezingen tot stand gekomen regering staat totaal machteloos.

De toestand is er nu zo verloederd dat zelfs de olie- export, waarop het land drijft, bijna tot stilstand is gekomen. Een blokkade van stakende oliewerkers en muitend veiligheidspersoneel (ex-rebellen dus) heeft de olieproductie teruggebracht van 1,4 miljoen tot ruim 150.000 vaten per dag. De stakers proberen wat bij te verdienen door olie naar buiten te smokkelen. De autoriteiten hebben aangekondigd elke tanker met smokkelolie tot zinken te brengen en er is een vrolijke video van een marinescheepje dat met een soort proppenschieter het vuur opent op een grote, oude tanker. Die tanker lacht daar natuurlijk om.

Maar de verloedering van Libië is niet iets om te lachen. Niet voor de burgers, die nog steeds te maken hebben met dezelfde slechte voorzieningen als onder Gaddafi, terwijl de willekeur van diens regime is vervangen door de willekeur van de milities. En ook niet voor de regio, die meedestabiliseert.

Bedenk dat, als je voorstander bent van een internationale interventie om van Hafez’ zoon Bashar af te komen.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt iedere dinsdag de feiten van de hypes.