Het kan echt, een minder slaapverwekkende Troonrede

De Troonrede staat elk jaar weer bol van het ambtenarenjargon. Met een paar simpele ingrepen kan deze aangeklede beleidsnotitie een boeiende tekst worden, betoogt Huib Hudig.

Eigenlijk loopt Prinsjesdag ieder jaar uit op een anticlimax. Heel Den Haag wordt afgezet, drommen mensen verdringen zich voor een glimp van de Gouden Koets, hoogwaardigheidsbekleders komen fraai uitgedost in de Ridderzaal bijeen. En dan, op het moment suprême, houdt de koning(in) een gortdroge toespraak. Is het niet eens tijd om er een inspirerend, of in ieder geval, begrijpelijk verhaal van te maken?

De Troonrede is bedoeld om de beleidsvoornemens van de regering voor het komende jaar kenbaar te maken. Maar mijn inschatting is dat slechts zo’n 10 procent van de bevolking de tekst helemaal begrijpt. Daarbij is deze zo saai dat je er soms letterlijk (zoals Diederik Samsom vorig jaar) bij in slaap valt.

Dit wordt deels veroorzaakt door de historische achtergrond van de Troonrede. Deze was oorspronkelijk bedoeld voor de leden van de Eerste en Tweede Kamer. Tegenwoordig kan iedereen meekijken via de televisie. Toch heeft men de vorm nauwelijks aangepast; deze is nog steeds zeer formeel, meer gericht op een lezend dan op een luisterend en kijkend publiek.

Daarnaast heeft het te maken met de voorbereiding van de Troonrede, die niet wordt geschreven door de koning zelf – die is immers niet politiek verantwoordelijk – maar door ambtenaren van de ministeries, en onder toezicht van de premier tot een geheel wordt gesmeed. Om fouten te voorkomen wordt de tekst inhoudelijk volledig dichtgetimmerd. Met het gevolg dat deze, ondanks de check door het Genootschap Onze Taal, uiteindelijk niet veel meer is dan een aangeklede beleidsnotitie, bol van het ambtenarenjargon. Een gemiste kans, want bijna alle media doen verslag van de Troonrede; de uitzending trekt anderhalf miljoen kijkers. Kortom: een prachtig communicatiemiddel om eindelijk eens die burger aan de andere kant van de kloof te bereiken en een gevoel van saamhorigheid te creëren waar veel Nederlanders naar verlangen in deze tijd van crisis.

Make it human, please

Met enkele simpele ingrepen is de tekst van de Troonrede veel aansprekender te maken. Ten eerste door eenvoudiger taalgebruik. Neem de zin uit de Troonrede van vorig jaar: „De opening van dit parlementaire jaar vindt plaats in een periode van kabinetsvorming.” Deze kun je makkelijk herformuleren naar: „We beginnen dit parlementaire jaar in een bijzondere situatie, het kabinet moet nog worden gevormd.”

Ten tweede kan de tekst beeldender en concreter. Zo stond er vorig jaar: „Nederland is in sociaal en economisch opzicht een sterk land, gebouwd op een lange traditie van internationaal ondernemerschap, hard werken en solidariteit tussen bevolkingsgroepen en generaties.” Wie zijn die bevolkingsgroepen en generaties? Make it human. Pas dan gaat een tekst leven.

Ten derde zou de Troonrede meer stijlmiddelen moeten bevatten zoals herhalingen, drieslagen en contrasten. Dat maakt een tekst duidelijker en beter te volgen. Denk aan een contrast als: „Ik ben er stil van, en toch ga ik een paar woorden zeggen”.

Dat laatste zei onze nieuwe koning Willem-Alexander onlangs bij het in ontvangst nemen van het Droomboek. Zijn aantreden biedt hoop, want de toespraak die hij hield bij zijn inhuldiging was indrukwekkend. En nu heeft hij ook nog de ervaren en begaafde speechschrijver Jan Snoek in de arm genomen, die zich wellicht met de tekst van de Troonrede zal bemoeien. Hopelijk gaan we bij dit eerste optreden van Willem-Alexander dan ook getuige zijn van een ommekeer, en zal de Troonrede een boeiend verhaal worden.

Voor alle Nederlanders.