Hannah is weer heiß

Werk en leven van de Duits-Joodse filosoof Hannah Arendt staan nog volop in de belangstelling. Francisca Wals bezocht afgelopen vrijdag de eerste bijeenkomst van de Arendt-leesclub.

De telefoon staat al de hele middag roodgloeiend, vertelt het meisje achter de balie van Felix Meritis, het debatcentrum aan de Amsterdamse Keizersgracht. Zoveel mensen die bellen of ze nog mee mogen doen met de Hannah Arendt-leesclub. Maar helaas: die zit vol.

Om half vijf slaat de regen tegen de hoge ramen van het grachtenpand. Binnen zitten vijfentwintig Arendt-liefhebbers aan tafel. Schrijver-filosoof Joke Hermsen is de enige die staat; ze vertelt over Arendts werk. Lang kan ze niet blijven – haar zoon is jarig. Met leesbril in de hand zet ze haar woorden kracht bij, af en toe een stilte om een slok thee te nemen. Mensen maken aantekeningen in hun Moleskine-boekjes. Jongens met hippe baarden, meisjes met spijkerbloesjes, filosofiestudenten, theatermakers, iemand van het Nationaal Comité 4 en 5 mei en een mevrouw die nog in het Duitse verzet heeft gezeten.

Nazihoer

Deze vrijdagmiddag zijn ze samengekomen om te praten over Eichmann in Jerusalem, het controversiële boek over het proces tegen naziprominent Eichmann dat in 1961 plaatsvond in Israël. Filosoof Hannah Arendt (1906-1975) ging erheen om verslag te doen voor The New Yorker. Zij was in 1941 als Duitse Jodin naar de Verenigde Staten gevlucht, waar ze een prominente intellectueel en academicus zou worden.

Eichmann was geen monster, stelde Arendt in haar artikelen, later uitgegeven als boek. Hij was ‘angstaanjagend normaal’. In zijn burgerlijke kleinzieligheid functioneerde hij als onnadenkend radartje in de nazimoordmachine. Zijn kwaad was niet duivels, maar ‘banaal’.

Het leverde haar een storm aan reacties op. Lofzangen, maar nog veel meer doodsbedreigingen. Mensen hadden ‘banaal’ met ‘triviaal’ verward en meenden dat ze Eichmann verdedigde. ‘Zelfhatende Jodin!’, schreef men. En: ‘Nazihoer!’

Op de Facebook-pagina van de leesclub staat ‘Hannah Arendt is weer heiß’. „Afgelopen mei een speelfilm over haar werk en leven, al eerder een toneelstuk over de affaire met haar leermeester en filosoof Martin Heidegger, veel artikelen en lezingen over haar gedachtegoed: ze leeft”, zegt schrijver en filosoof Simone van Saarloos (23), die samen met journalist Persis Bekkering (26) de leesclub oprichtte. Van Saarloos vatte vlam voor Arendt toen ze een halfjaar aan de New Yorkse universiteit studeerde waar Arendt lesgaf. Bekkering vond Arendt in haar moeders boekenkast en werd gegrepen door haar scherpe denken. Van Saarloos: „Arendt sleurde de filosofie de ivoren toren uit. Ze pleitte voor een vita activa, een actief denken en samenkomen in publieke ruimten om te discussiëren. Weg uit je comfort zone.” Bekkering: „Eerst wilden we een Arendt-symposium, maar een leesclub is meer in haar geest.”

Arendts verbindingsideaal past bij de jonge generatie van nu. Van Saarloos: „Wij zijn opgegroeid met een negatief vrijheidsidee. Het idee dat vrijheid gelijkstaat aan nergens verantwoordelijk voor moeten zijn, aan geen barrières ondervinden. Maar dat verschuift, jonge mensen wíllen zich weer engageren, ze willen verantwoordelijkheid en betrokkenheid.” Bekkering: „Mensen nemen die verantwoordelijkheid ook. Wij zorgen voor de randvoorwaarden: we maken een e-mailaccount en een Facebook-pagina aan, vijfentwintig anderen lezen het boek, en discussiëren over Eichmanns kwaad.”

Geëngageerd en onbaatzuchtig de publieke arena in, wilde Hannah Arendt maar zeggen. Joke Hermsen verwoordt het voor de leesclub zo: „Kruip achter dat beeldscherm vandaan!” Het computerende baliemeisje in de hoek van de zaal kijkt verstoord op. „De wereld de rug toekeren, haar niet meer bevragen, het idee dat het er toch niet toedoet of je stemt of niet – morele zelfmoord volgens Arendt”, zegt Hermsen. Ze laat Arendt los op politici die tegen hun principes in gebukt gaan onder partijdiscipline, op xenofobie, op de ‘doorgedraaide consumptiemaatschappij’, op het nihilisme van de verloren generatie en op de gruweldaden in Syrië. „Arendt is actueler dan ooit.”

Alles voor de waarheid

Over de ophef rond Eichmann in Jerusalem maakte de Duitse cineast Margarethe von Trotta een speelfilm, die in mei in de Nederlandse bioscopen draaide. We zien daarin hoe vrienden Arendt de rug toekeren, hoe collega-professoren haar het leven zuur maken, hoe de Israëlische geheime dienst haar intimideert – en hoe ze stug door blijft roken, geen strobreed toegeeft: „Alles nur ein Sturm im Wasserglas.”

Op een dag belt de hoofdredacteur van The New Yorker ongeduldig naar haar appartement. Of ze ‘heel misschien’ iets kan laten lezen van het eerste deel – het verslag laat lang op zich wachten. „Eerste deel?” vraagt Arendt verontwaardigd. Hoofdredacteur: „Ja, ik dacht aan vijf delen.” Arendt: „Wel, ik lever niet in delen. Of wilde u me soms onder druk zetten met een deadline?” Ze zegt het alsof het een vies woord is. „Natuurlijk niet”, sust de hoofdredacteur.

„Geweldig hoe Arendt The New Yorker aanpakte”, zegt Van Saarloos. Bekkering: „Ze deed wat ze wilde en ze schreef wat ze schreef. Arendt was een martelaar voor haar gedachtegoed, ze gaf alles voor de waarheid.”

Volgens filosoof Thomas Nys is dat precies de reden dat Arendt zo ‘heiß’ is. Hij is docent ethiek aan de Universiteit van Amsterdam en begeleidde afgelopen voorjaar de scriptiewerkgroep die ‘het kwaad’ als thema had. Bijna de helft van zijn studenten koos Hannah Arendt als scriptieonderwerp. „Het individuele ‘trouw zijn aan jezelf’, het tijd maken, de weigering te zwichten voor externe druk, en de waardigheid die daaruit spreekt”, mailt hij. „Dat zijn onderwerpen die ons aanspreken in tijden dat persoonlijke en wetenschappelijke integriteit soms ver te zoeken zijn.”

Van Saarloos: „Je moet het gewoon doen, zo’n leesgroep, gewoon beginnen. In New York kwamen we ’s nachts samen om dronken gesprekken over Hannah Arendt te voeren. Hier kan zoiets dus ook.”

Actie ondernemen, initiatief tonen; Arendt pleitte er ook voor in On Revolution. Van Saarloos las het toen Occupy Wallstreet aan de gang was. „Al die mensen daar, Amerikanen, niet-Amerikanen, illegalen. Wat een energie, wat een zindering. Als al die mensen nou een leesclub zouden beginnen, dan…” Wat dan? Ze lacht. „Nou ja, het houdt mensen in ieder geval van de straat.”