Geroofde kunst terug naar Cyprus

De Nederlandse staat geeft vier gestolen iconen terug aan Cyprus. Over de zaak is de afgelopen twintig jaar diverse keren geprocedeerd. „Een belangrijke overwinning in de strijd voor restitutie gestolen kunst.”

De vier iconen, met boven, groot: Marcus. Rechts, van boven naar beneden: Johannes, Paulus, Petrus.Foto’s Walk of Truth

Cyprus krijgt vier 16de-eeuwse, kostbare iconen terug die in de jaren zeventig zijn geroofd uit een Cypriotisch klooster. Ze kwamen na de roof in bezit van een Rotterdamse familie, die ze voor 200.000 gulden kocht van een Armeense handelaar. De Nederlandse staat heeft nu bekendgemaakt de kunstschatten binnen enkele dagen terug te bezorgen aan de Cypriotische kerk. Daarmee repareert de staat de uitspraak van het Rotterdamse gerechtshof, dat in 1999 oordeelde dat de Rotterdamse familie de iconen mocht houden.

Het nieuws werd gisteren bekendgemaakt tijdens een conferentie in het Vredespaleis in Den Haag over de teruggave van kunstschatten die tijdens oorlogen worden geroofd en verhandeld. „Het is een belangrijke overwinning voor allen die strijden voor restitutie van kunstschatten”, zei Tasoula Georgiou-Hadjitofi, die jarenlang in deze zaak optrad als gevolmachtigde namens de Grieks-Orthodoxe Kerk op Cyprus. „Hopelijk is de manier waarop Nederland in deze zaak handelt een voorbeeld voor andere landen.”

Het is niet bekend of de Nederlandse staat een compensatie betaalt aan de Rotterdamse familie.

De uit 1571 daterende iconen stellen de apostelen Paulus, Petrus, Johannes en Marcus voor. Ze zijn na de Turkse invasie in 1974 gestolen uit de Antiphonitis-kerk bij Kalogrea. De Rotterdamse familie wilde de kunstschatten in 1995 laten veilen bij Christie’s, maar het veilinghuis nam ze niet aan, omdat ze mogelijk waren gestolen. Dit bleek inderdaad het geval. De familie weigerde evenwel de iconen terug te geven aan Cyprus, maar wilde ze alleen terugverkopen.

Tasoula Georgiou-Hadjitofi, die destijds ook honorair consul van Cyprus was, spande in 1995 in Rotterdam een rechtszaak aan tegen de familie. Haar advocaat, Rob Polak, voerde onder meer aan dat Nederland volgens een internationaal verdrag en een bijbehorend protocol, bekend als de Haagse Conventie 1954, verplicht is om smokkelwaar uit bezet gebied in beslag te nemen en terug te geven. Maar de rechter achtte niet bewezen dat de familie te kwader trouw had gehandeld. Bovendien zou de roof verjaard zijn, omdat die langer dan twintig jaar geleden had plaatsgevonden. Zo verloor de Cypriotische kerk de zaak, ook in hoger beroep.

In 2007 kwam er een nieuwe kans voor Cyprus om om teruggave te vragen. Het moet de Nederlandse autoriteiten niet lekker hebben gezeten dat de uitkomst van de rechtszaak indruiste tegen de geest van de Haagse Conventie. Georgiou-Hadjitofi: „In 2007 voerde Nederland wetgeving in om het verdrag uit 1954 te implementeren. Die nieuwe, ruimhartige wetgeving had grote gevolgen voor onze zaak.”

De nieuwe Nederlandse wet bepaalde dat ook Nederlandse eigenaren die te goeder trouw hebben gehandeld bij de aankoop van kunstschatten, deze moeten teruggeven als blijkt dat ze geroofd zijn uit oorlogsgebied. In ruil daarvoor kunnen de laatste eigenaren financiële compensatie krijgen van de Nederlandse staat, maar dat hoeft niet.

Nederland zou deze schadeloosstelling kunnen terugvragen van de bezettende partij. Dat is in dit geval Turkije, dat in 1974 Cyprus bezette, waarna plunderaars kerken en kloosters leegroofden. Ook de vier iconen werden in die tijd gestolen. In de Nederlandse wet uit 2007 staat evenwel dat Nederland deze schadeloosstelling zal betalen.

Deze regels gelden overigens alleen voor kunstschatten die na de ratificatie in 1958 zijn geroofd. Kunst die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd geroofd, valt er dus niet onder.

Het is de eerste keer dat Nederland de wet nu heeft uitgevoerd door de iconen terug te geven aan de Cypriotische kerk.